Samenvatting lerend netwerk 1

De sessie begon met een terugblik naar de sessie in juni bij Ward Abts:

  • Je moet durven proberen. Je zal eens falen, maar je mag niet opgeven. Je moet niet denken dat het systeem niet werkt, maar zoeken naar wat je mogelijks fout hebt gedaan.
  • Probeer eerst dingen uit door huidige machines licht aan te passen of te huren. Op die manier kan je kijken wat voor jou wel of niet werkt. Je kan aanpassingen doorvoeren zonder veel te investeren.
  • Er is een duidelijk verschil in bodemstructuur tussen een perceel tarwe waar kerend wordt gewerkt en een waar niet-kerend wordt gewerkt. 
  • Bepaalde machines, zoals de Maschio diepwoeler, werken intensiever dan je zou denken.

Benieuwd hoe de sessie eruitzag? Lees zeker ons verslag.

Niet-kerende bodembewerking

Bij Gert werken ze op het bedrijf al ongeveer 15 jaar niet-kerend. Dat wil zeggen dat ze het ploegen achterwege hebben gelaten, maar de bodem nog steeds diep breken en oppervlakkig bewerken. Daarbij introduceren ze het gebruik van complexe groenbemesters en technieken van directzaai. Voor het bedrijf heeft dat enkele voordelen.

  1. Ze zijn gelegen in een regio met hellende percelen. Niet ploegen zorgt ervoor dat ze veel minder gevoelig zijn aan erosie en hun vruchtbare grond voor een groot deel op hun grond blijft. Dat verschil is duidelijk te merken met het perceel van de buurman, dat wel geploegd wordt en waarvan veel modder op de baan stroomt bij hevige regenval.
  2. Ze merken voordelen op vlak van draagbaarheid van de bodem, waterdoorlaatbaarheid, voedzame voeders voor de koeien en dus diergezondheid, dalende kosten door het weglaten van (chemische) input en zware bewerkingen, minstens gelijklopende en zelfs licht stijgende opbrengsten ...

Zaaitechtnieken en -machines

Gert zet sterk in op directzaai van complexe groenbemesters na de hoofdteelt. Op die manier wordt de bodem niet verstoord en kunnen gewasresten blijven liggen. Die zorgen op hun beurt voor de opbouw van organisch materiaal. Verder wordt het onkruid onderdrukt, waardoor minder herbiciden nodig zijn in het ploegloos systeem.

Voor het zaaien maakt Gert gebruik van drie verschillende soorten zaaimachines. Hieronder lees je de voor- en nadelen. Het gebruik is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden.

    Combinatie Lemken Rotoreg – Amazone D9 3000 Superzaaimachine

    Deze machinecombinatie is een klassieke combinatie, en hoort bij een eerder intensieve zaaitechniek Deze combinatie kan ingezet worden bij boeren die zowel met de ploeg als ploegloos hun grond bewerken. De Amazone werkt nog niet goed met veel gewasresten. De combinatie met de Rotoreg zorgt ervoor dat de Amazone universeel kan worden ingezet met verschillende rijsnelheden, wat handig is in heuvelachtig gebied.

      Zaaimachine Sky – Easydrill

      De Sky-zaaimachine wordt enkel gebruikt op percelen die niet-kerend zijn, en werkt erg extensief. Het is gemakkelijk om bijvoorbeeld na het dorsen van de maïs rechtstreeks te zaaien. De Sky is een getrokken machine en is dus zwaarder dan gedragen zaaimachines, zoals de Amazone of Väderstad. Het functioneert goed in droge omstandigheden.

        Zaaimachine van Väderstad

        De Väderstad valt qua intensiviteit tussen de Sky en Amazone, en werkt goed met gewasresten op het veld. Het zaad valt direct naast de schijven en wordt mooi aangedrukt door de rol achteraan. Omdat het een gedragen machine is, werkt ze goed zowel bij droge, als natte omstandigheden.  Het is wel belangrijk dat het perceel mooi effen ligt, aangezien even diep ge-egt wordt als gezaaid.

          Eigen constructie

          Gert heeft zelf een zaaimachine ontwikkeld. Zo toont hij aan dat als je zelf creatief aan de slag gaat, je ook een heel eind kan komen.

          Stel dat je start met een lege hangar, in wat zou je terug investeren? Wat is de beste compromis als landbouwer?

          Om echt in te zetten op directzaai en niet-kerend, is het belangrijk om in stapjes te werken. In eerste plaats kan je investeren in een zaaimachine met fronttank om mengteelten te gaan zaaien. Deze fronttank kan je inzetten in combinatie met de Rotoreg en een zaaibalk, waarmee je op de mengteelt op twee verschillende dieptes kan zaaien. Verschillende mengteelten kwamen eerder niet goed op, omdat ze op dezelfde diepte werden gezaaid.

          Take-aways over het zaaien

          1. Woel altijd zo laat mogelijk, als laatste handeling voor het zaaien. Zo voorkom je dat de bodem te veel uitdroogt.
          2. Samen met een goede zaaitechniek, is een goede rooitechniek belangrijk. Je moet ervoor zorgen dat je de grond niet te veel verdicht. 
          3. Stem goed af op het weer. Na het rooien moet je niet wachten tot het regent, anders ligt het te 'vettig'. Wel is het goed het veld, indien mogelijk, een dag te laten drogen net na het rooien.
          4. Het gebruik van banden of rupsen hangt vooral af van de weersomstandigheden. Als het droog is, heb je sowieso weinig schade, en als het nat is maakt het weinig uit of je rupsen of banden gebruikt.
          5. Tracht te zaaien net voor de oogst, bijvoorbeeld wanneer je gerst of rogge na de witloofteelt wil. Dan is het belangrijk niet te veel en op het juiste moment te oogsten, zodat de gekiemde zaden van de groenbemester niet vernietigd worden, maar lichtjes inwerken.
          6. Het is belangrijk om de juiste zaaidikte per hectare te zaaien. Dat vergt oefening. Voorzie daarom, zeker in het begin van het experimenteren, meer zaad dan aanbevolen. Het is beter om iets meer te hebben, dan op het einde van het veld met te weinig zaad te zitten.

          Observaties van de bodem onder mengteelten

          Gert gebruikt in zijn teeltplan verschillende groenbemesters. De groenbemesters die we vandaag bekijken zijn (1) een complexe groenbemester direct gezaaid na het dorsen van maïs met als hoofdteelt volgend jaar suikerbieten en (2) een veld gerst, ingezaaid in één werkgang na de maisoogst, waarna er terug een complexe groenbedekker zal volgen.

          1. De maïs werd gedorst op 30 centimeter hoogte. Zo is het percentage zetmeel in de kuil hoger en zit er minder aarde en stof in. Na het dorsen werd gewoeld en meteen de complexe groenbemester NG wintermix ingezaaid. Gert let erop het woelen en zaaien via een andere A-B lijn te doen dan de vorige teelt, zodat er in verschillende richtingen opengebroken wordt. We spraken ook over het nut van het bijhouden van eigen zaaizaad. Door het opzij houden van eigen zaaizaad en daar 5% aangekocht zaad in door te mengen, bouw je na verloop van tijd een genetische poel aan die meer is afgestemd op je lokale omstandigheden. Het is wel belangrijk de grootste korrels aan de kant te houden, en tijdens het oogsten een visuele controle uit te voeren waar het perceel het mooiste ligt, zodat je het beste zaad kan houden voor volgend jaar. Dat verlaagt ook je afhankelijkheid van externe zaadleveranciers.
          2. Bij de gerst werd het belang van de zaaidiepte duidelijk. Als te diep wordt ingezaaid, moet de kiem te ver doorgroeien en komt de plant al verzwakt boven. Daarom is het belangrijk niet te diep te zaaien. Verder zorgt een gezonde bodembiologie ook voor een sterke plant, en is het belangrijk die bodembiologie zo goed mogelijk uit te bouwen en te versterken (bijvoorbeeld door geleidelijk minder herbiciden en fungiciden te gebruiken en niet-kerend te werken).

          Bij beide percelen was een kruimelige structuur aanwezig. Als je de bodem observeert, let dan ook op de microporiën die door insecten en wortels gecreëerd worden en zorgen voor een goede doorlaatbaarheid.

          Werken rond bodem in de huidige maatschappij

          De overheid duwt enerzijds in de richting van niet-kerende grondbewerking, maar vertraagt anderzijds de transitie ernaar. Het mestbeleid wordt als voorbeeld gegeven.

          • Bij niet-kerende grondbewerking is het opbouwen van organisch materiaal via stalmest erg belangrijk, maar wordt dat sterk beperkt en zijn landbouwers noodgedwongen aangewezen op korrelmest.

          Ook in het erosiebeleid zitten nog gaten.

          • Het heeft weinig zin om te verbieden om eenmalig niet te ploegen of in te zetten op vangstroken en erosiedammen. Er moet meer ingezet worden op langetermijnbodemopbouw. Een keer het ploegen overslaan is daarvoor niet genoeg. In plaats van VLIF subsidies te geven voor een overmechanisering, zou het beleid beter aangepast moeten worden op de praktijk.

          Om een echte transitie te maken, is het noodzakelijk dat elke boer het belang van een goede bodem zelf inziet en er niet enkel toe gedwongen wordt via beleid. Wat je gedwongen doet, doe je vaak verkeerd.

          Het is in de huidige maatschappij nog niet gemakkelijk om die stap zelf te zetten. Aan de ene kant focust landbouwonderwijs teveel op chemische parameters (fosfor, stikstof, kalium …) in plaats van andere belangrijke parameters, zoals organische stof en de bodembiologie. Het onderzoek heeft hier ook een grote rol in, en stoelt te weinig op praktijkervaring. Het besef van het belang van een gezonde bodem sijpelt daardoor traag door.

          Ook moeten adviseurs, erfbetreders en loonwerkers meer samenwerken met de landbouwers om in te zetten op goed bodembeheer. Vaak wordt uit die hoek nog te vaak gedacht vanuit het verkoopoogpunt van meststoffen en fytoproducten, en ploegen als noodzakelijk winterwerk. Niet-kerend werken, wat minder input vraagt, is minder interessant vanuit een verkoopperspectief. Het is uiteraard moeilijk om daar 'nee' op te zeggen.

          Tot slot moeten landbouwers degelijk vergoed worden voor de extra moeite die ze in hun bodem steken. De winst van de betere producten moet doorheen de hele keten eerlijk verdeeld worden. De gezonde bodem hangt dus samen met een hele systeemaanpak van het landbouwsysteem. Dat denken moet nog meer ingang vinden, zodat een goed bodembeheer echt gedragen wordt door de hele samenleving.