Over het inkomen, na meer dan 50 jaar GLB

Een van de oorspronkelijke doelstellingen van het GLB was om landbouwers van een redelijk inkomen te verzekeren. De inkomensondersteuning, die nu via de directe betalingen gebeurt, had als bedoeling om landbouwers sneller te laten inspelen op marktveranderingen en hen tegelijk van een inkomen te voorzien. Die opzet is slechts deels geslaagd. Het inkomen van de landbouwer, daar blijft het schoentje wringen. 

 

Over wie steun krijgt: de ‘actieve landbouwer’

Groene Kring vindt het belangrijk dat de ondersteuning vanuit het GLB alleen naar actieve landbouwers gaat. Anders krijgen jonge actieve landbouwers niet voldoende ontwikkelingskansen. Daarom stellen we deze criteria voor de definitie van actieve landbouwers die in aanmerking komen voor GLB-steun:

  • Een actieve landbouwer is geen openbare instelling, vzw of terreinbeherende organisatie zoals een vliegveld.
  • Een actieve landbouwer trekt geen pensioen.
  • Een actieve landbouwer heeft een professionele, bedrijfseconomische boekhouding, en kent dus precies de kosten en de opbrengsten van zijn bedrijf.
  • Een actieve landbouwer haalt zijn inkomen uit de meerwaarde van zijn landbouwactiviteit. Niet uit nevenactiviteiten die hem sowieso een stabiel, vast inkomen geven. Niet uit handel, overheidsgelden (bv. subsidies voor klimaatmaatregelen), pachten of financiële constructies. Instrumenten om dat te controleren, zijn bijvoorbeeld de belastingaangifte en de boekhouding. Om te bepalen of een landbouwer steun kan krijgen, moet een minimuminkomen of het ‘minimum verdienpotentieel’, zonder seizoenspachten en subsidies, kunnen worden vastgelegd. Daarbij moet rekening gehouden worden met het inkomen over meerdere jaren, de noden van bepaalde sectoren en de situatie van startende land-en tuinbouwers die hun bedrijf nog moeten uitbouwen. 

 

Over streven naar groene architectuur 

Groene Kring heeft geen probleem met ecoschema’s en agromilieu- en klimaatmaatregelen in het volgende GLB, zolang deze enkel open staan voor actieve landbouwers. Ook landbouwbeleid draagt bij aan een gezond klimaat. Wel vinden we het belangrijk dat de basisinkomenssteun gegarandeerd blijft, als broodnodige steun in moeilijke jaren. Een te snelle overgang naar nieuwe ecomaatregelen (en agromilieu-en klimaatmaatregelen) kunnen zorgen voor onbegrip en weinig draagvlak bij landbouwers. Bovendien: een sterke definitie van actieve landbouwer is nodig. Anders vergroot de druk op grond, ten koste van jonge land- en tuinbouwers. Voor niet-actieve landbouwers is het immers makkelijk enkele van deze regelingen aan te houden, zonder veel inspanningen.

 

Over de focus van de Vlaamse overheid

In  Vlaanderen  wordt een deel  van de Europese GLB-middelen aan landbouwinvesteringssteun  gespendeerd, met het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Zo  worden landbouwers gestimuleerd om (ecologisch, economisch en sociaal) duurzaam te investeren. Een systeem dat heel goed werkt volgens Groene Kring. De focus moet daarbij blijven liggen op de noden van  jonge landbouwers. We hopen op voldoende aandacht voor nieuwe jonge starters, nieuwe vormen van landbouw en overnames. 

Groene Kring wil bovendien niet dat gekoppelde steun stopgezet wordt. Dat zou concurrentievervalsing betekenen in de veeteelt: in Wallonië blijft gekoppelde steun behouden, en daar worden dezelfde diersoorten geproduceerd voor hetzelfde land.

 

Over het budget voor jonge landbouwers 

Groene Kring is tevreden dat er op Europees niveau beslist werd dat er minimum 2% van het budget naar jonge landbouwers zal gaan. In Vlaanderen betekent dit echter dat de huidige middelen voor pijler 1 en 2 verlaagd worden. Groene Kring vraagt voldoende budget om de nodige maatregelen in beide pijlers op niveau te houden en om nieuwe maatregelen (ten voordele van om jonge (potentiële) boeren) te ontwikkelen.

 

Over nieuwe verdienmodellen 

Groene Kring vindt het positief dat er aandacht besteed wordt aan nieuwe verdienmodellen. Deze kunnen zorgen voor instroom en generatiewissels. De ondersteuning van nieuwe verdienmodellen in zowel de VLIF-steun als in andere maatregelen blijft belangrijk. Elke actieve jonge boer die aan de voorwaarden voldoet moet kunnen genieten van de ondersteuning. Daarbij is de kwaliteit van de ondersteuning belangrijker dan de kwantiteit. Het is duurzamer om een kleiner aantal land- en tuinbouwers kwalitatief te ondersteunen dan een groot aantal landbouwers op een niet-kwalitatieve manier in de sector te betrekken. Een generatiewissel ondersteunen is belangrijker dan het aantal boeren.

 

Hoe verdedigt Groene Kring deze standpunten?

Groene Kring ontwikkelt haar standpunten in haar structuren, van provinciale kernen en sectorale werkgroepen tot nationaal bestuur, zodat deze breed gedragen zijn. Bovendien worden de belangen van de jonge land- en tuinbouwers aan verschillende tafels verdedigd.

  • opvolgen van het maandelijkse, technische overleg vanuit departement landbouw en visserij
  • een werkgroep GLB om actuele thema’s binnen dit dossier te bespreken
  • verschillende keren per jaar aan tafel bij de klankbordgroep GLB, met de input van werkgroepen en provinciale kernen
  • periodiek overleg met het departement en politici om onze standpunten te verdedigen
  • standpunten verdedigen in de structuren van Boerenbond 
  • syndicale acties om een topic aan te kaarten bv. #EUfarmerprotest begin 2020 in Brussel