Waar staat het Agentschap voor Natuur en Bos voor?

Goedele: “Het Agentschap voor Natuur en Bos beheert meer dan 70.000 hectare natuurgebieden en bossen in Vlaanderen. Het voert het Vlaamse natuur- en bosbeleid uit. Daaronder valt natuurbeheer, soortenbescherming, vergunning- en adviesverlening, net als ondersteuning van partners zoals lokale besturen en natuurverenigingen. Onze missie is meer en betere natuur in Vlaanderen.”

Hoe proberen jullie die missie waar te maken?

Goedele: “Onze hoofdactiviteit is de natuur versterken. Het gros van onze middelen gaat dus naar natuurherstel: het verwerven en inrichten van natuurgebieden, stikstofsanering, bosuitbreiding en het creëren van natte natuur. We hebben aandacht voor soorten die het moeilijk hebben, zoals akker- en weidevogels. Het is dus noodzakelijk om samen te werken met de landbouwsector.”

Via welke projecten werken jullie nu al samen met landbouwers?

Goedele: “Een voorbeeld is het ‘Dubbel Doel’-project, waarbij meer dan honderd hectare landbouwgrond in Beveren en Sint‑Gillis‑Waas wordt beheerd met een dubbele doelstelling. Het project combineert rendabele teelten met maatregelen die de natuur versterken, onder andere voor de bruine kiekendief. Het is een win‑win en landbouwers kunnen experimenteren met agro‑ecologische praktijken op zowel hun eigen grond als overheidsgronden in beheer. Het project toont aan dat natuur-inclusieve landbouw haalbaar is. Verder willen we samen met de Vlaamse Landmaatschappij inzichten bieden aan landbouwers over hoe ze natuurgerichte maatregelen in hun bedrijfsvoering kunnen inbedden. Drie landbouwbedrijven krijgen via een innovatieopdracht professionele begeleiding om uit te zoeken welke bedrijfsaanpassingen ze kunnen doen om naar een natuur-inclusief landbouwmodel te evolueren.”

"De gronden die voor ons het meest interessant zijn, zijn doorgaans het minst begeerd door landbouwers."

Goedele Van der Spiegel, Agentschap Natuur en Bos

Welke raakvlakken zijn er volgens het ANB tussen landbouw en natuur?

Goedele: “Meer dan we soms denken. De natuur is in de loop der eeuwen geëvolueerd in en rond het landbouwleven. Heel wat soorten zijn afhankelijk van het cultuurlandschap om te overleven – ze vinden er hun voedsel of broedbiotoop. Denk maar aan de kievit, de geelgors of de vogel van het jaar: de veldleeuwerik. Een gezonde bodem vol leven is belangrijk voor zowel de biodiversiteit als de teeltopbrengst. En zowel de boer als de omgeving profiteert van een akker die erosiebestendig is en goed zijn water buffert. Kortom, de tegenstelling natuur landbouw is vals. Eigenlijk zijn we partners.”

Wat zijn volgens jou de taken van de landbouwsector op het vlak van natuur?

Goedele: “Wij zien landbouwers als (mede)beheerder van een deel van de Vlaamse natuur. Er zijn heel wat dier- en plantensoorten die alleen gedijen in een landbouwcontext en in Vlaanderen is meer dan 60% van de open ruimte landbouwgebied. Het potentieel voor de natuur is daar dus heel groot. Maar dan zijn er ingrepen nodig, zoals het onderhouden van houtkanten en graslanden, het inzaaien van bloemenranden, het creëren van voedsel- en nestgelegenheid, begrazen ...”

Worden landbouwers hierin ondersteund?

Goedele: “Voor wat hoort wat, natuurlijk. Daarom is er steun vanuit de Vlaamse overheid voor taken waarin landbouwers de natuur kunnen versterken. Dat is cruciaal, want landbouwers die bijdragen aan de biodiversiteit leveren publieke diensten die de markt niet vergoedt. Al meer dan 2000 landbouwers hebben zo een beheerovereenkomst afgesloten, die medegefinancierd wordt door Europese GLB-middelen. Jaarlijks krijgen de landbouwers zo’n 330 miljoen euro, die in Vlaanderen door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en de Vlaamse Landmaatschappij beheerd wordt. Agentschap Natuur en Bos is betrokken bij de totstandkoming en evaluatie van de maatregelen en overlegt met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en de Vlaamse Landmaatschappij. We hopen dat op die manier natuur-inclusieve landbouwpraktijken een evidente keuze worden.”

Je liet het al duidelijk merken: Vlaamse grond is vruchtbare grond. Verliezen we door de omvorming van landbouwgrond naar natuurgebieden niet te veel vruchtbare grond voor voedselproductie?

Goedele: “Laat me deze misvatting de wereld uit helpen. We zetten bij Natuur en Bos niet massaal vruchtbare landbouwgrond om in natuurgebied. We kopen zelfs uiterst zelden aan in herbestemd agrarisch gebied. De gronden die voor ons het meest interessant zijn, zijn doorgaans het minst door landbouwers gegeerd – zoals arme zandgronden of weides in overstromingsgebied. Natuur en Bos kocht tussen 2019 en 2024 in totaal 2273 hectare aan landbouwgrond op. Vandaag wordt 184.000 hectare landbouwgrond ingenomen door niet-agrarisch gebruik zoals verpaarding en vertuining. Deze cijfers kunnen alles misschien wat meer in perspectief stellen."

Leven jullie dan een strikt aankoopbeleid na?

Goedele: “Ons aankoopbeleid is zeer doelgericht, we doen niet zomaar wat. We richten onze inspanningen op grote natuurkernen die we kunnen verbinden om zo, volgens het natuurherstelplan, tot robuuste natuur in Vlaanderen te komen. Dit is ook gereglementeerd in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en in overeenstemming met het recent landbouwakkoord."

Hoe kan een boer voldoen aan de strikte Europese regels voor voedselproductie én tegelijkertijd voldoen aan de natuurherstelwetten, die vaak tegengestelde maatregelen vereisen?

Goedele: “Ik besef dat landbouwers in hun bedrijfsvoering met veel regels rekening moeten houden en dat dat niet altijd makkelijk is. Veel komt voort uit de verschillende specifieke wetgevingen. Wij proberen vanuit het natuurbeleid in elk geval zoveel mogelijk samen te sparren met andere beleidsinitiatieven, zoals het GLB of de Kaderrichtlijn Water. De natuurherstelverordening is in 2024 goedgekeurd op Europees niveau en vereist expliciet dat synergiën met andere beleidsdoelen benut worden. Momenteel loopt de voorbereiding van het natuurherstelplan op Vlaams niveau. Dat gebeurt in overleg met de andere bevoegde agentschappen van de Vlaamse overheid, net om alles zoveel mogelijk af te stemmen op elkaar.”