Dag Anton, hoe ben jij bij Groene Kring terechtgekomen?

Anton: “Vrienden hebben mij eens meegenomen naar de startactiviteit van het gewest en de rest is geschiedenis. Ondertussen ben ik aan mijn negende jaar Groene Kring begonnen, waarvan vijf jaar als bestuurslid. Daarnaast zit ik in de werkgroep Dierlijke Veredeling, die bestaat uit afgevaardigde Groene Kringers uit heel Vlaanderen. In de werkgroep bespreken we de dossiers die relevant zijn voor onze sector. Aangezien de werkgroepleden uit heel Vlaanderen komen, is het interessant om te horen wat er in de andere provincies leeft. Zelfs in het kleine Vlaanderen kent iedere regio haar eigen problematiek.”

Hoe ben je in de landbouw beland?

Anton: “Mijn ouders hebben een zeugenhouderij met de vleesvarkens op integratie. Het is een groot familiebedrijf van mijn vader en zijn twee broers. We hebben 5500 zeugen op meerdere locaties. Als kind bracht ik dan ook veel van mij vrije tijd buiten en in de stallen door, want er viel altijd wel iets te beleven of ze waren ergens aan iets nieuw begonnen. Het is me dus met de paplepel meegegeven. In 2021 ben ik direct na mijn studies thuis beginnen werken. Op één locatie insemineer ik de zeugen en daarnaast doe ik ook de vleesvarkens op het bedrijf waar ik woon. Verder bestaan mijn taken voornamelijk uit het technisch in orde houden van de stallen en de nodige verbouwingen doen om het bedrijf fris te houden en klaar te stomen voor de toekomst.”

Vanwaar komt jouw passie voor varkenshouderij, denk je?

Anton: “De passie is er altijd geweest, maar ze komt volgens mij vooral door de ongedwongenheid waarmee mijn ouders ons erbij hebben betrokken. Ik ging al op heel jonge leeftijd mee naar de varkens en hielp eerst vaak in de kraamhokken met het bijvoederen van de biggen. Als ik eens geen zin had, dan was dat nooit een probleem. Omdat mijn ouders me nooit hebben verplicht, raakte ik het nooit beu en kon de liefde voor het vak zich stilletjes ontwikkelen. De passie is dus geleidelijk aan kunnen groeien, waarvoor ik mijn ouders dankbaar ben.”

Wat vind je zo mooi aan de sector?

Anton: “Het mooiste vind ik de dieren zien groeien van kleine big tot groot vleesvarken en hoe elke beslissing die je neemt daar invloed op kan hebben. De resultaten van je beslissingen zijn vaak ook snel zichtbaar zijn bij de dieren. Dat maakt de job voor mij zo boeiend en houdt de passie levend. En als iets een passie is, voelt het zelden aan als werken.”

"Ik kijk hoopvol naar de toekomst en ben overtuigd dat die er voor onze sector is."

Anton Vanschoubroek, Groene Kring Hageland

Zijn er ook zaken die minder zijn?

Anton: “Dat je zo moeilijk vergunningen krijgt. Er worden regels en rekenmodellen gebruikt waarvan het nut en de betrouwbaarheid soms toch vraagtekens oproepen. Maar ik sta vooral positief in het leven en kijk dus hoopvol naar de toekomst. Ik ben ook overtuigd dat die er voor onze sector is.”

Staan er voor jouw bedrijf nog vernieuwingen op de planning?

Anton: “Zeker! Momenteel zijn we systematisch de luchtwassers aan het vernieuwen en een nieuwe biggenstal aan het plaatsen. Verder zouden we nog graag een zeugenbedrijf verbouwen om efficiënter te kunnen werken en hier ook klaar te zijn voor de toekomst.”

Welke uitdagingen zie je nog?

Anton: “Het zou goed zijn als er in de maatschappij plaats was voor elk type varkenshouderij – zowel voor varkenshouders die kiezen voor de korte keten als voor varkenshouders van gelijk welke andere ordegrootte. Nu worden ze dikwijls tegen elkaar uitgespeeld, in het opzicht dat je bijna aan korte keten moet doen om nog aanvaard te worden. Terwijl de andere bedrijven zorgen voor de producten in de supermarkt, waar het grootste deel van de mensen nog altijd hun vlees halen. We hebben die diversiteit aan bedrijven nodig.”

Heeft het huidige beleid een grote impact op je bedrijf en op de sector?

Anton: “Mijn ouders zijn heel vroeg begonnen met het plaatsen van luchtwassers, waardoor de meeste stallen nu al emissiearm zijn. Maar dat is natuurlijk geen vrijkaart voor een vlotte vernieuwing van bestaande vergunningen. Het huidige beleid zal dus nog allerhande uitdagingen met zich meebrengen.”