"Wat telen we morgen nog?"
Het is een vraag die we ons thuis al vaak hebben gesteld. Als gemengd bedrijf met akkerbouw en vleesvee hebben we natuurlijk voedergewassen nodig voor onze koeien: silomaïs en gras. Maar voor de rest hebben we de vrijheid om onze rotatie zelf in te vullen. En precies daar begint het denkwerk.
Tarwe, gerst, aardappelen en korrelmaïs zitten al jaren in onze rotatie. Enkele jaren geleden kwamen daar ook luzerne en koolzaad bij. Vooral koolzaad blijkt een interessant alternatief voor suikerbieten. Het kan ook op lichtere gronden geteeld worden en met dezelfde machines als in de graanteelt. Financieel doet het het doorgaans iets beter dan granen, al blijft het natuurlijk geen wonderteelt.
Invloed van de wereldmarkt
Toch blijft het grote probleem hetzelfde: voor bijna alles wat we hier in Vlaanderen telen, zijn we afhankelijk van de wereldmarkt. Enkel aardappelen en groenten ontsnappen daar deels aan, maar ook daar is de situatie vandaag niet rooskleurig. Door het overaanbod hebben verwerkers de macht om de prijzen zo laag mogelijk te houden.
Als akkerbouwers – en eigenlijk als landbouwers in het algemeen – staan we dus grotendeels machteloos tegenover de prijs die we voor onze producten krijgen. Soms lijkt het alsof we moeten hopen op een blokkade van een belangrijke handelsroute of op een ondoordachte uitspraak van een wereldleider om de marktprijzen nog eens te zien stijgen. Tegelijk zorgen zulke gebeurtenissen er vaak voor dat ook meststoffen en diesel duurder worden, wat ons opnieuw in het nadeel duwt.
En toch mag dat alles ons als jonge boeren niet tegenhouden om vooruit te kijken en het bedrijf te willen overnemen. Integendeel.
We zijn geen opgevers
In de toekomst zal aandacht voor de bodem alleen maar belangrijker worden. Investeren in bodemleven en organische stof is geen luxe, maar een noodzaak. Minder of niet ploegen, het gebruik van stalmest of compost, doordacht omgaan met groenbemesters — niet omdat er een premie tegenover staat, maar omdat het effectief iets bijdraagt aan de bodem. Dat zijn keuzes die op lange termijn het verschil kunnen maken.
De landbouw staat voor grote uitdagingen, maar biedt tegelijk ook kansen. Misschien niet op exact dezelfde manier als onze ouders het hebben gedaan, maar met een andere focus: met meer aandacht voor bodem en duurzaamheid en met de nodige ondernemingszin kunnen we onze bedrijven wel degelijk klaarstomen voor de toekomst.
De vraag welke gewassen we nog moeten telen blijft dus belangrijk. Maar misschien is de echte vraag wel: "Hoe telen we en met welke visie willen we vooruit?" Want uiteindelijk begint de toekomst van onze landbouw nog altijd bij de bodem onder onze laarzen.