Kan je jezelf even voorstellen?

Laurent: “Mijn naam is Laurent en ik woon in het mooie Haspengouw, waar ik samen met mijn vader een fruitbedrijf run. Ik ben de derde generatie en treed in de voetsporen van mijn vader en grootvader. We telen vooral hard fruit, zo’n 25 hectare peren en 15 hectare appels. Als kind had ik al een grote interesse in het werk van mijn vader en trok ik elk vrij moment mee het veld op. Ik heb nooit aan een ander beroep gedacht en ik ben blij dat ik het familiebedrijf nu kan voortzetten.”

Hoe ben je bij Groene Kring terechtgekomen?

Laurent: “Zeker tien jaar geleden, toen ik nog op de landbouwschool zat, kreeg ik een uitnodiging voor een activiteit. Ik ging eens kijken en voelde meteen een klik met de groep. Het jaar nadien werd ik al gevraagd voor de kern. Sindsdien ben ik niet meer weggegaan.”

Hoe ziet een doorsneewerkjaar er voor jou uit?

Laurent: “In de winter draait alles rond snoeien. Dat is  vrij routineus, maar ontzettend belangrijk voor de gezondheid van de bomen. Vanaf maart wordt het drukker en gevarieerder met gewasbescherming, bemesting, snoeihout versnipperen en nieuwe aanplantingen. Augustus en september zijn het drukst, dan werken we ook in het weekend, tot al het fruit geoogst is.”

Werk je soms samen met anderen?

Laurent: “Ik werk elke dag samen met mijn vader. Voor de snoei en vooral de oogst schakelen we seizoenarbeiders in. Omdat dat elk jaar andere mensen zijn, kan je er moeilijk een band mee opbouwen. Ik heb geen vast collega’s, zoals in andere sectoren wel het geval is. Dat maakt onze manier van werken best uniek.”

Heb je via Groene Kring een netwerk kunnen opbouwen waarop je vandaag kan terugvallen?

Laurent: “Absoluut. Fruittelers vormen sowieso een vrij specifieke groep binnen de land- en tuinbouw, maar in Haspengouw kent iedereen elkaar. Acht op de tien jonge fruittelers die ik ken, zitten ook bij Groene Kring. We zijn zogezegd concurrenten, maar eigenlijk vooral collega’s. Het is echt uniek hoe snel we elkaar begrijpen.”

Veel jonge zelfstandigen geven aan dat het werk soms best eenzaam kan zijn. Vind je dat herkenbaar?

Laurent: “Ja, ergens wel. Je werkt vaak alleen of met tijdelijke mensen die je maar kort ziet. Toch vind ik het ook net mooi. We zijn zo’n kleine groep fruittelers, waardoor je een sterke verbondenheid voelt. Als je een probleem hebt, kan je altijd iemand bellen. Iedereen weet meteen waarover je praat.”

Merk je soms dat leden verloren dreigen te lopen of zich eenzaam voelen? En wat doe je dan om hen opnieuw te betrekken?

Laurent: “In het begin is het voor nieuwe, jonge leden vaak spannend om bij de bestaande groep te komen. Er zijn oudere kernleden en er is een nieuwe lichting. Ik snap wel dat dat onwennig kan voelen. Met ons gewest proberen we onze activiteiten de laatste tijd altijd te combineren, dus een leerrijk deel gevolgd door een moment om samen te zijn en écht met elkaar te kunnen praten. Tijdens bijvoorbeeld een drankje of hapje leer je elkaar al snel beter kennen. We proberen bewust iedereen te betrekken en onze nieuwe leden echt warm te onthalen. Hierdoor kan de leeftijdskloof snel overbrugd worden en kunnen we rekenen op elkaar, elkaar begrijpen en ons samen amuseren.”

Hoe belangrijk zijn organisaties zoals Groene Kring voor jonge landbouwers?

Laurent: “Ik vind echt dat Groene Kring een mooie rol heeft. We zijn al een kleine sector, en Groene Kring is de lijm die ons samenhoudt. Door de activiteiten en ontmoetingen blijf je elkaar zien en blijf je ook bijleren van elkaar.”

Heb je tips voor jonge boeren die soms met een gevoel van eenzaamheid worstelen?

Laurent: “Zoek elkaar op en praat met leeftijdsgenoten die dezelfde uitdagingen hebben. Je hoeft niet alles alleen te doen. Bij Groene Kring kom je mensen tegen die begrijpen waarmee je bezig bent. Je kan van elkaar leren, terwijl je leuke dingen doet. Laat je dus niet afschrikken en blijf ondernemen, want we hebben zo'n mooi beroep!"