Dag Evert, je bent zelf geen landbouwer. Hoe heb je Groene Kring leren kennen?

Evert: “Een goede vriend van mij zat bij Groene Kring Dendermonde en heeft me meegenomen naar hun jaarlijkse jenevertocht. Ik vond het heel leuk en leerde er nieuwe mensen kennen. Zo ben ik er verder ingerold.”

Wat maakt Groene Kring zo uniek volgens jou?

Evert: “Het is een bonte mengeling van allerlei persoonlijkheden en achtergronden, maar toch doet iedereen ongeveer hetzelfde. Groene Kring brengt mensen samen uit de kleine sector die de land- en tuinbouw is.”

Kom jij via je job in aanraking met de sector?

Evert: “Ja, ik ben landbouwcoördinator bij de stad Aalst. Alles wat met agrarische gebieden of landbouwers te maken heeft, komt op mijn bord terecht. Ik zorg er eigenlijk voor dat er in de stadswerking rekening wordt gehouden met de landbouwsector. Als landbouwers vragen hebben, dan ben ik hun aanspreekpunt. Volgens het gewestplan is Aalst de op vier na grootste stad van Vlaanderen en heeft het 40% landbouwgebied. Slechts 32% van het totale grondgebied is volgens de verzamelaanvraag in landbouwgebruik.”

Dat gaat dan specifiek over stadslandbouw. Wat is dat precies?

Evert: “Stadslandbouw is een breed begrip. Het kan gaan over bedrijven die inzetten op de korte keten, en daar hebben we er wel een aantal van op het grondgebied van Aalst. Verder is er ook sprake van community supported agriculture (CSA) in de stad. Als stad kan je op zoek gaan naar wat past binnen het kader. Maar deze rechtstreekse vormen van stadslandbouw zijn niet altijd mogelijk. Dan kan je als stad bijvoorbeeld ook inzetten op het creëren van een ondernemingsvriendelijk klimaat voor de korte keten. ” 

Wat maakt stadslandbouw anders dan standaardlandbouw?

Evert: “Landbouwers moeten zelf bepalen of hun bedrijf hierin past. Korte keten en stadslandbouw kunnen een nieuwe dynamiek creëren in je bedrijf. Het ondernemerschap is volledig anders: stadslandbouwers zijn meer bezig met de marketing van hun producten en zetten in op een zeer divers aanbod. Vaak starten ze met een hoevewinkel en komen er gaandeweg meer activiteiten bij, zoals klasbezoeken, bedrijfsbezoeken of teambuildings. Op die manier leren en beleven de inwoners van de stad wat land- en tuinbouw inhoudt. Stadslandbouwers focussen op die manier op de vraag van de markt.”

Welke soorten landbouw kan je in de stad tegenkomen?

Evert: “Aalst biedt een mooie mix van de sectoren. Sommige bedrijven richten zich specifiek op groothandel, terwijl andere zich meer richten op de korte keten. De meeste percelen in de stad zijn wel versnipperd en er zijn vooral gemengde bedrijven met veeteelt en akkerbouw. Daarnaast zijn er ook nog een paar varkenshouders, akkerbouwers, een vleeskippenhouder, groenteteelt en sierteelt. We hebben ook één legkippenbedrijf met mobiele stallen. Daarnaast zijn er nog twee CSA’s die zich op bloemen focussen. Kortom, het is een mengelmoes van verschillende producten! Maar dat zorgt er ook voor dat er van alles aangeboden kan worden aan de inwoners. ”

Op welke projecten zetten jullie in met de stad Aalst?

Evert: “We organiseren jaarlijks tijdens de Week van de korte keten een korteketenmarkt. We proberen daar beleving rond te creëren, zodat mensen met kinderen er iets kunnen eten, drinken en kennismaken met de landbouwers. Onze campagne ‘Altijd boer’ zet Aalsterse landbouwers in de kijker en we hebben een landbouwadviesraad. Verder zetten we actief de hopcultuur van Aalst in de spotlight. Als laatste zitten er enkele zaken in de pijplijn. Zo willen we evenementen op landbouwbedrijven organiseren om stadsbewoners naar daar te trekken. We zijn ook bezig om jonge, actieve landbouwers op de publieke en OCMW-gronden te krijgen, maar dat is niet evident vanwege de strikte regelgeving.”

Wat wil je nog zeker meegeven aan de lezer?

Evert: “Ga een open dialoog met je stad aan en ontdek waar de knelpunten liggen. Het is belangrijk dat je weet wie zich in jouw stad of gemeente bezighoudt met landbouw.”