Er is veel druk op grond, er zijn veel andere spelers die ook gronden willen. De Vlaamse regering beloofde al eerder dat de pachtwet daarom onder handen zou worden genomen. De toegang tot gronden moet verbeterd worden voor jonge land- en tuinbouwers in het kader van de generatiewissel.

 

WAT DOET GROENE KRING IN DIT DOSSIER?

  • Vandaag verdedigt Groene Kring de standpunten hierrond al in de structuren van Boerenbond.
  • Daarnaast willen we een werkgroep rond toegang tot grond oprichten, om actuele thema’s binnen dit dossier te bespreken.
  • Groene Kring zal bovendien meewerken aan de herziening van de pachtwet, wanneer dit proces wordt opgestart.

 

welke vragen heb jij over toegang tot grond?

Hoeveel grond heeft de landbouw eigenlijk nodig?

Om in je eigen eten te voorzien heeft een Belg 1.282 m² grond nodig. Dit wordt afgeleid uit de Belgische voedselconsumptiepeiling van het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid waaruit bleek dat een Belg gemiddeld 3 kg aan voedsel per dag eet. Dit voedsel werd daarbij opgedeeld in verschillende groepen: van aardappelen en graanproducten tot fruit en dranken.

Zelf in je groenten en fruit voorzien vraagt een oppervlakte van 35-40m². Groenten en fruit hebben het voordeel dat je snel hoge opbrengsten per vierkante meter haalt aangezien groenten en fruit vooral uit water bestaan. Het nadeel is echter dat je wel enkel de groenten van het seizoen kan telen. Een mens hoort 400g groenten en fruit per dag te eten, dat is 150kg per persoon per jaar. Als je dan weet dat uit een vierkante meter ongeveer 1-4kg aan groeten gehaald kan worden en er gerekend wordt op 2 oogsten per jaar zit je dus aan 35-40m².

De groep brood, aardappelen en peulvruchten vraagt zo’n 250m² landbouwgrond. Een hectare aardappelen levert in goede jaren meer dan zestig ton op. Dat is genoeg om zo’n 750 mensen van aardappelen te voorzien, dus ongeveer 15m² per persoon (iets ruimer genomen). Een hectare tarwe levert minder op omdat meer dan de helft van de biomassa in het stro zit en tarwe natuurlijk droog is – aardappels bestaan voor driekwart uit water.

Een kleine hoeveelheid meervoudig onverzadigde vetzuren is absoluut van levensbelang. Het Voedingscentrum beveelt 15 gram meervoudig onverzadigde vetten per dag aan. Per jaar wordt dat ongeveer 6 liter (5 kg) olie. Dit komt neer op zo’n 30 m² aan oliehoudende zaden.

Jaarlijks moeten we in Vlaanderen zorgdragen voor onder meer 1,3 miljoen runderen, 5,7 miljoen varkens en 42 miljoen stuks pluimvee. Al moet erbij verteld worden dat een groot deel van deze dieren wel wordt geëxporteerd. Rekening houdend met enkel de eigen voorziening van vlees, melk en andere dierlijke producten moet het nodige oppervlak toch wel nog worden verdrievoudigd. Ook deze dieren moeten namelijk gevoed worden. Indien wij daarvoor zelf al het voeder zouden produceren, is er voor runderen 216.700 hectare nodig, voor varkens 250.400 hectare en voor kippen 118.900. In totaal heeft Vlaanderen dus 586.000 hectare, oftewel de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen samen, nodig voor onze eigen vlees- en zuivelconsumptie alleen al.

Het Vlaamse Gewest telde op 1 januari 2021 6.647.506 inwoners. Dit zou dus willen zeggen dat we enkel om in ons eigen voedsel te voorzien we al 852.210 hectare grond moeten voorbehouden voor de landbouw. Het Vlaamse Gewest telde in 2019 bijna 622.000 hectare landbouwareaal. Dat komt overeen met 46% van de totale Vlaamse grondoppervlakte. Tussen 2001 en 2019 is het aantal hectare landbouwareaal met 2,1% afgenomen. Deze daling is vooral een gevolg van de afname van de oppervlakte voor voedergewassen (weiden en maïs). Ook de oppervlakte voor braakland is sterk teruggelopen. Alhoewel deze daling niet heel sterk te noemen valt, wil dit natuurlijk niet zeggen dat de beschikbare grond altijd in de juist handen terechtkomt. Bepaalde bedrijven moeten het steeds met minder grond doen, en in veel gevallen is de beschikbaarheid tot grond een belangrijk onderdeel van bedrijfsontwikkeling. Vooral bij jonge landbouwers is de toegang tot grond één van hun grootste zorgen.

Veel landbouwgrond wordt ‘verpaard’ of ‘vertuind’, wat wil dit juist zeggen?

Hoewel er daar geen allesomvattende cijfers over bestaan, zien we allemaal rondom ons dat ook niet-vergunningsplichtige zonevreemde activiteiten op landbouwgronden toenemen. Er zijn zorgen over het aantal landbouwbedrijven dat verandert in residentiële hoeves met wat paarden in de wei. Of over de inname van aanpalende percelen voor privé-tuinen in agrarisch gebied. Onze jonge boeren raken hierdoor nog amper aan betaalbare grond. Grond met de bestemming landbouw wordt niet enkel gebruikt door boeren om op te boeren. We zien dat er ook veel grond verloren gaat aan verpaarding of vertuining. Dit wil zeggen dat een lap grond, of een oude hoeve of boerderij, met bestemming landbouw worden opgekocht door niet-boeren om er iets anders mee te doen dan op te boeren. Bij verpaarding wordt de grond gebruikt om er een paard op te zetten, in het geval van vertuining wordt er een mooie tuin van gemaakt met hoogstens een moestuin. Hierdoor gaat er dus ook veel landbouwgrond verloren.

In Antwerpen loopt er momenteel een project dat ervoor wil zorgen dat locaties die ooit voor landbouwdoeleinden gebruikt werden, in de toekomst ook verder voor landbouwdoeleinden gebruikt kunnen worden. Een leegstaande boerderij of hoeve wordt bijvoorbeeld geklasseerd als ‘landbouw’ en kan nadien enkel in handen komen van iemand die deze activiteit verderzet. Er zal bekeken worden of dit over heel Vlaanderen gebruikt kan worden, wat de druk al voor een stuk zou doen afnemen.

Wat zijn sofa boeren/pensioenboeren?

Sofaboeren zijn boeren die niet meer zelf actief het werk verrichten maar hun grond laten bewerken door anderen. Het grote probleem hierbij is dat zij echter wel nog steeds de subsidies opstrijken die worden uitgekeerd door de overheid. Deze subsidies zijn echter als steunmaatregel bedoeld voor de ‘actieve’ boeren, maar komen dus nog te vaak in de handen van de verkeerde personen.

Een gelijkaardig verhaal zijn we bij pensioenboeren. Dit zijn boeren die al pensioentrekkend zijn, maar ook via enkele achterpoortjes hun gronden kunnen laten bewerken waardoor zij subsidies blijven krijgen.

Voor de Europese GLB steun wordt er voorlopig gesproken van een echte boer, niet van een actieve boer. Er is in de Europese Raad en de EU over de definitie van een echte boer nog wat discussie. Veel zal daarvan afhangen. Het is op dit ogenblik niet mogelijk om de zogenaamde sofaboer uit de GLB-steun uit te sluiten. Hier knelt natuurlijk ook een beetje het schoentje daar zij niet zelf het voedsel produceren.

Waarom geraken jonge landbouwers moeilijk aan grond?

Landbouwgrond is zeldzaam aan het worden. Een logisch gevolg hiervan is dat de prijs van landbouwgrond dan ook stijgt. Jonge boeren geraken dus moeilijk aan landbouwgrond omdat ze de prijs die ervoor gevraagd wordt niet kunnen opbrengen. Ze hebben meestal nog maar pas een bedrijf overgenomen, vaak nog geen kapitaal opgebouwd en zijn bezig met enorme investeringen en kunnen dus nooit concurreren met supermarktketens, de overheid, organisaties, bedrijven… bij de aankoop van een lap grond. Dit zijn concurrenten waar jonge landbouwers niet kunnen tegen opboksen. 6 tot 7 hectaren landbouwgrond verdwijnen ieder dag ook nog eens door bebouwing.

Een oplossing zou kunnen zijn grond huren of pachten zoals ze dat in de landbouw normaalgezien doen. Al blijkt dat tegenwoordig het voor jonge boeren als maar moeilijker wordt om een eigenaar van een lap landbouwgrond te vinden die bereid is dit stuk grond te verpachten aan de boer. Het wetgevend kader rond pacht is namelijk zo dat het voor de eigenaar heel moeilijk wordt een stuk verpachte grond terug vrij van pacht te krijgen. De rechten/plichten verhouding voor de verpachter is niet bepaald echt in evenwicht waardoor eigenaars niet meteen staan te springen mee te stappen in een pachtcontract. Jonge landbouwers vinden nog grond in dure seizoenpacht van een collega-landbouwer, maar krijgen zelden grond los van een particuliere landeigenaar. De pachtwet is immers ook van dwingend recht. Heeft de eigenaar geen vrede met de reguliere pachtprijs of met de voorwaarden van de pachtwet, dan lijkt elke optie beter dan een pachtcontract met een landbouwer. In de praktijk wordt er dan bijvoorbeeld een constructie opgezet om grond in seizoenpacht te kunnen geven, of krijgt een paardenhouder de voorkeur boven een veehouder. Dit pachtverhaal met vooral het wetgevend kader wordt echter teruggevonden in het Vlaams Regeerakkoord waar een herziening voorop wordt gesteld om pacht weer meer aantrekkelijk te proberen maken.

Het is dus een tweeledig probleem. Zowel het aankopen van grond is allesbehalve evident door de hoge kostprijs en de lange lijst aan geïnteresseerden, als ook het pachten van grond is in sommige regio’s eveneens onbestaande.

Wat is pacht? Wat is het gevolg van grond verpachten? Wat zijn andere opties om over grond te beschikken als landbouwer?

Pacht is de benaming voor een overeenkomst waarbij landbouwgrond door de eigenaar (verpachter) in gebruik wordt gegeven aan de pachter.

  • Een pachtovereenkomst is vergelijkbaar met een huurovereenkomst voor landbouwgronden.

  • Een pachtcontract wordt schriftelijk opgesteld door een notaris.

  • De pachttijd bedraagt minimaal 9 jaar, en die periode wordt steeds verlengt.

  • Het is een bijzondere overeenkomst. Dat wil zeggen als de overeenkomst voldoet aan de voorwaarden die de wet stelt dat het dan ook geldt als pachtovereenkomst, ook al hebben partijen het anders benoemd.

Het voordeel voor een landbouwer is dat hij een relatief lange zekerheid heeft over de grond. Hij kan deze per periodes van 9 jaar bewerken, wat zorgt bedrijfszekerheid. De prijzen voor deze pacht worden ook wettelijk vastgelegd en berekend om de drie jaar. Voor de pachter draagt deze wettelijke bepaling voor een geplafonneerde prijs mee aan de rendabiliteit. Een pachtprijs afstemmen op basis van de reële rendabiliteit is voor de pachter het eerlijkst. De verpachters daarentegen krijgt een jaarlijkse vergoeding, bovenop de stijging van de waarde van zijn perceel. Een derde voordeel is dat pachters in het geval van een verkoop recht hebben op voorkooprecht. Dit wilt zeggen dat bij het bereiken van de vraagprijs, de pachter altijd voorrang zal krijgen om de grond te kopen. Ook in geval van verkoop, kan een landbouwers zijn areaal en bedrijfszekerheid behouden als de grond kan gekocht worden.

Een andere optie kan erfpacht zijn, een contract dat minstens voor 27 jaar aangegaan wordt en dat een veel vrijere vorm is van contract. Hier is de looptijd minstens 27 jaar tot maximaal 99 jaar. Dit type contract kan dus ook voor een langere bedrijfszekerheid zorgen. Voor de landbouwer vallen zowel de pachtprijs(beperking) als het voorkooprecht weg, wat het contract minder interessant maakt. Dit is een soort van vrij contract, waarbij in beperkte mate enkele wettelijk bepalingen gelden.

Ten derde kan een landbouwer kiezen voor een seizoenspacht. Met zo’n pacht krijg je het recht om één teelt voor één jaar te verbouwen. Deze overeenkomst wordt gekenmerkt doordat ze enkel door landbouwers aangegaan kan worden. Landbouwer A is seizoensverpachter, en landbouwer B is seizoenspachter.

Kunnen andere vormen van landbouw (verticale, CSA) de druk op grond verminderen?

Gewassen telen in gebouwen (verticale landbouw) kan veel voordelen bieden. Door gewassen in meerdere lagen boven elkaar te telen in bijvoorbeeld leegstaande kantoorpanden, kan duurzaam, efficiënt en volledig gecontroleerd geteeld worden. Dit komt al neer op 10-20 keer minder landgebruik. Community Supported Agriculture (CSA) zijn dan weer groenten, fruit en dierlijke producten van een landbouwbedrijf in de buurt. Het concept is gebaseerd op de idee dat consument en boer samen verantwoordelijk zijn voor het uitbouwen van duurzame boerderijen. CSA boeren en CSA leden gaan een partnerschap aan, waarbij de consumentleden zich voor een langere tijd verbinden aan het afnemen van de producten van één of meerdere boeren of producenten. Verantwoordelijkheden, risico's en opbrengsten van het boerenbedrijf worden gedeeld. Dit vertaalt zich onder meer in het vrijkopen van gronden, zodat ze niet meer verhandelbaar worden en voor lange termijn ter beschikking zijn voor ecologische productiemethodes. Het idee is een economie waarbij producent en verbruikers ook geografisch dicht bij elkaar staan.

Deze nieuwere vormen van landbouw kennen een sterkere opkomst de laatste jaren, en hun bedrijfsmodellen worden getypeerd door het minder nodig hebben van gronden. Deze bedrijfsmodellen verdienen zeker hun plaats binnen de sector, maar ze zijn natuurlijk op grotere schaal ook niet heiligmakend om de druk op grond weg te nemen. De prijs die betaald moet worden bij verticale landbouw is dat ze enorm energie-verbruikend is. In het geval van CSA of verticale landbouw spreken we ook over een kleiner aantal teelten die hierbij mogelijk zijn waardoor het altijd een kleinschaliger model zal blijven. Deze beide modellen kunnen wel een onderdeel van de landbouw van de toekomst worden.

Onlangs werd nog gepubliceerd dat zelfs CSA boerderijen zelf ook moeite hebben met het vastkrijgen van gronden voor langere periodes, hoewel zij vaak met een klein areaal rendabel kunnen zijn. Ook zij hebben te kampen met onzekere korte of enkel mondelinge gebruiksovereenkomst voor grond, nood om uit te breiden zonder voldoende grond, beperkte of ongeschikte infrastructuur en beperkte gebruiksrechten of weinig mogelijkheden met betrekking tot landbouwactiviteiten. Dit mag verontrustend genoemd worden, zeker omdat één vijfde zegt al eens te hebben moeten verhuizen. De helft ondervindt ook problemen of beperkingen met betrekking tot het gebruik of de bestemming van de grond voor hun landbouwactiviteit. De tevredenheid van CSA-boeren wordt dan ook in grote mate bepaald door de eigendom van grond of de zekere toegang tot grond.

Is toegang tot grond enkel een Vlaams probleem?

Dat is het zeker niet. Ook in Wallonië kampen ze met een tekort aan landbouwgrond. Vruchtbare landbouwgrond wordt ook daar opgeofferd voor infrastructuurprojecten. Nochtans had de Waalse regering beloofd met haar beleidsplannen effectief gebruikte landbouwgronden te beschermen. Het betonneren van tientallen hectaren van de beste landbouwgrond van Wallonië druist dan ook lijnrecht in tegen deze beleidsplannen.

Er kan zelfs gesproken worden van een Europees probleem. De twee gelijktijdig optredende fenomenen - de toe-eigening van grond en een schaalvergroting - maken de toegang tot grond voor jonge, toekomstige boeren en kleine producenten in Europa steeds moeilijker. De verontrustende verschuivingen inzake grondbezit die zich momenteel voordoen in Europa, stemmen tot nadenken over het heersende model van agro-industrie dat leidt tot de ondergang van de kleine boerderijen.

De Europese landbouwgrond staat onder druk. Bepaalde onderliggende tendensen kunnen op het hele Europese grondgebied worden waargenomen: afname van landbouwgronden, concentratie van gronden, stijgende grondprijzen, toenemende ontkoppeling tussen prijs en gebruikswaarde van landbouwgronden, een moeilijke generatiewissel en overdracht van boerderijen, ... De belangrijkste factoren die hier een rol in spelen zijn

  • Het verdwijnen van landbouwgrond

Dit verlies is het gevolg van een toenemend gebruik van landbouwgronden voor industrie, dienstverlening, transport, huisvesting of vrijetijdsbesteding. We spreken van artificialisatie voor elke bebouwing of verandering die het functioneren van een natuurgebied, milieu of landschap onomkeerbaar verandert. Overal in Europa duikt het probleem van artificialisatie op. De artificialisatie van gronden is een traag proces. Het is in de eerste plaats een gevolg van de verstedelijking en de uitbreiding van woonwijken en commerciële gebieden.

  • Het verdwijnen van boerderijen

In de Europese Unie bestaat er een sterke concentratie van de grond. Enerzijds is er een groot aantal boeren met een zeer klein bedrijf, en anderzijds heeft een kleine groep landbouwers zeer grote bedrijven. Dat de grond in handen van een klein aantal eigenaars is geconcentreerd, is bijzon - der verontrustend omdat zo het al bes - taande agro-industriële model nog versterkt wordt. De levensmiddelenindustrie moedigt intensieve landbouw aan en sluit kleine landbouwbedrijven uit.

  • Verkoop van openbare terreinen

In Italië, Spanje, Engeland, Griekenland, etc., moeten de Staat of de lokale overheden om uit hun financiële problemen te komen hun landbouwgronden verkopen. Dit doen ze dan aan de hand van opbod en in grote percelen, ten koste van plaatselijke landbouwers en jongeren die er zich wensen te vestigen.

Het dossier toegang tot grond is dus geen typisch Vlaams/Belgisch probleem, maar een tendens die zich in heel Europa aan het voordoen is. Om dit aan te pakken is er een stevig beleid nodig dat de grondrechten kan garanderen.

Hoeveel kost landbouwgrond?

De prijs van landbouwgrond blijft maar stijgen. Net zoals de prijs van bouwgrond bepaald wordt door zijn ligging, de ondergrond (prijs fundering)… zijn er ook heel wat factoren die de prijs van een landbouwgrond beïnvloeden: de ligging, de bodemstructuur en kwaliteit, het feit of de grond vrij of verpacht is… . Ook in 2019 is landbouwgrond gemiddeld weer zo’n 0,6 procent duurder geworden dan een jaar geleden. De gemiddelde prijs voor een hectare landbouwgrond in België bedroeg toen 46,778 euro/ha euro. Tussen 2015 en 2019 steeg de gemiddelde prijs ven een lap landbouwgrond met 28,7 procent. Hier dient wel nog rekening te worden gehouden met een inflatie van 7,7 procent wat komt tot een concrete prijsstijging van 21 procent. Net zoals met bouwgrond zijn er sterke regionale verschillen in prijs. Zo was voor landbouwgrond in Vlaanderen de gemiddelde prijs 53,899 euro/ha terwijl dat in Wallonië slechts 34,936 euro/ha was (2019). Dit zijn echter gemiddelden, uitschieters van prijzen boven de 100 euro/ha zijn tegenwoordig ook eerder gangbare prijzen te noemen. Er wordt dan gesproken over hectaren die mooi aaneensluiten in een perceel, of een perceel die bij de huiskavel ligt, … Dit zorgt er telkens voor dat het perceel meer waard wordt. Landbouwgronden waren het duurst én het grootst verkocht in de provincie West-Vlaanderen.

De prijzen van 2020 werden niet mee in de analyse van Fednot genomen aangezien die sterk verstoord zijn door de coronacrisis.

Waarom is landbouwgrond zo duur geworden?

Grond is in Vlaanderen een schaars goed. Op Europees of wereldniveau is Vlaanderen een heel kleine regio, met onder andere toch heel wat inwoners, industriële activiteiten, een landbouwsector en natuurbelanghebbenden. Deze combinatie zorgt ervoor dat deze beperkte oppervlakte voor heel veel partijen een begeerd goed geworden is.

Elke dag verdwijnt er in Vlaanderen zo’n 7 hectare openbare ruimte onder een laagje beton, wat vooral ten goede komt van onze inwoners (huisvesting) of onze industrie (terreinen, kantoren, fabrieken, …). Landbouw zelf worstelt al enige tijd met een moeilijke prijszetting waardoor extra productie vaak een oplossing is om een landbouwbedrijf nog rendabel te houden. Op vlak van natuur wil men dan weer bijvoorbeeld extra nationale parken, waarvan de oppervlakte minstens 5.000 hectare moet bedragen.

Deze grote belangstelling zorgt ervoor dat landbouwgrond jaar na jaar duurder wordt.

Kijken we specifiek naar landbouwgrond die te koop komt te staan, dan merken we dat daar ook heel wat geïnteresseerden zijn die niet per se landbouwer zijn. Denk maar aan supermarktketens of overheden die interesse hebben om grote gebieden landbouw aan te kopen. Deze partijen hebben doorgaans middelen waar een individuele landbouwer nog niet van durft te dromen. Dit zorgt ervoor dat grond quasi onbetaalbaar wordt voor een landbouwer.

Hoewel er voor elke belanghebbende (industrie, landbouw, natuur, …) wel wat te zeggen valt over het nodig hebben van grond, mogen we niet vergeten dat de wereldwijde voedselconsumptie blijft toenemen. Dit voedsel wordt uiteraard geproduceerd door onze landbouwers die hiervoor nood hebben aan grond.

Waarom willen overheden of supermarkten landbouwgronden kopen?

Bepaalde supermarktketens zoals o.a. Colruyt kopen enorme stukken landbouwgrond op om er dan zelf een boer op te laten boeren. Ze zien dit als een soort investering. De gewassen die op die stukken grond geteeld worden verkoopt ze dan in de eigen supermarkt. De boer die die stukken grond mag bewerken is echter wel heel wat van zijn vrijheid kwijt en moet boeren wat en naar de normen die Colruyt wil. Colruyt bewaart op deze manier de volledige controle over het wat en hoe van de gewassen/producten die ze verkopen. Een voordeel voor de boer is dan weer dat die zelf geen kapitaal meer voor het aankopen van grond moet ophoesten. Wat voor een jonge boer geen gemakkelijke klus is rekening houdend met het alleen maar duurder en schaarser worden van landbouwgrond.

Ook de overheid koopt landbouwgrond op voor projecten die ze wil realiseren, soms al dan niet met het medeweten van de sector. Het Brussels Gewest gaat bijvoorbeeld met zijn GoodFood 2-strategie de komende maanden en jaren landbouwgrond kopen in Waals- en Vlaams-Brabant om de biodiversiteit te bewaren en lokale landbouw te promoten om een deel van de Brussels bevolking te voeden. Deze concurrentie van de overheid zorgt ervoor dat jonge boeren eigenlijk geen mogelijkheid meer zien rendabel te boeren, aangezien deze concurrentie een ongunstig effect gaat veroorzaken op de prijs van de landbouwgronden. De vraag is dan ook of een actief aankoopbeleid van de overheid niet net een pervers effect gaat hebben in het nadeel van de boeren én dus ook de voedselvoorziening.

Ten slotte blijkt landbouwgrond al jaren een zeer rendabele investering te zijn, wat ervoor zorgt dat zowel particulieren als heel kapitaalkrachtige investeerders op zoek gaan naar landbouwgronden. Zij zien dit dan puur als een interessante investering.

Kan grond met bestemming landbouw omgevormd worden tot bouwgrond en vice versa?

Het zijn het gewestplan en de ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) die in Vlaanderen bepalen welke bestemming een lap grond heeft. In het gewestplan, ingevoerd in de late jaren 70, wordt een onderscheid gemaakt tussen landbouwgebied (geel), woongebieden (rood), natuur (groen) en industrie (paars). Wei- of akkerland wordt niet zomaar bouwgrond.

De Vlaamse regering kan een wijziging in principe enkel regelen via een gewestplanwijziging, maar zulke hervormingen worden zeldzaam uitgevoerd. Tegenwoordig wordt het gewestplan niet langer vernieuwd, maar werkt de overheid met ruimtelijke structuurplannen voor projectgebieden. Het is nu eenmaal de bedoeling dat de gemeenten eerst de woonzones en uitbreidingsgebieden aansnijden vooraleer over te gaan tot het hervormen van de bestemming van landbouwgronden. Een wijziging kan er eventueel wel komen bij een groot ruimtelijke project, zoals de aanleg van een industrieterrein of een nieuwe weg. Ook om fouten uit het verleden recht te zetten, veranderen gronden weleens van bestemming.