Rob zit al jarenlang in de gewestkern van Geel. Op provinciaal niveau neemt hij a vier jaar het mandaat als bondsraadslid op om zo de visie van de jongeren aan de land- en tuinbouwwerkgroep mee te geven. Als enige zoon met drie zussen kan hij zeker zijn mannetje staan op het melkveebedrijf van zijn ouders. Toch waren we nieuwsgierig naar zijn mening als voorzitter van Antwerpen. We gingen op gesprek…
GK: Wie ben je en wat doe je op het bedrijf?
Rob: “Ik ben Rob Dierckx, 24 jaar oud en woon in Geel Ten Aard (voor de buitenstaanders: ergens achter Bobbejaanland). We hebben thuis een gespecialiseerd melkveebedrijf met ongeveer 100 koeien en 80 stuks jongvee. Al het ruwvoeder wordt zelf gewonnen Ik run het bedrijf, samen met mijn vader. Ik doe alles graag, maar tractor rijden is niet één van mijn favoriete bezigheden. Ik ben wel graag met de dieren bezig en dat vind ik ook het tofste aan de stiel.”
GK: Hoe ben je bij Groene Kring terecht gekomen?
Rob: “Via het vorige bestuur van Groene Kring. Ze vroegen mij en enkele leeftijdsgenoten om naar de vergaderingen te komen. Een half jaar later zijn we al direct met een groep jongeren in het bestuur gerold. Aangezien we nog zo jong waren, tussen 18 en 20 jaar, was dit in het begin wel wat zoeken, maar het is toch aardig gelukt. Het huidige bestuur is nu gemiddeld 23 jaar, wat jong is, maar toch iets om fier op te zijn!”
GK: Heb je naast je bezigheden bij Groene Kring ook nog tijd voor andere hobby’s?
Rob: “Echte hobby’s niet, nee. We gaan meestal met een groep jongeren die allemaal lid zijn van ons gewest, in het weekend op stap. Dat leidt dus vaak tot stevige feestjes! Gaan sporten zou misschien niet slecht zijn om de weekendfeestjes te compenseren… Er wordt aan gedacht op het einde van de week. Zeker niet maandag morgen!”
GK: Wat trekt jou aan in de melkveesector?
Rob: “Van jongs af aan ben ik opgegroeid tussen de dieren. Ik heb mijn middelbare studies gedaan in de landbouwschool van Geel, waar ik al sterk in de richting van melkvee dacht. Vervolgens heb ik een specialisatiejaar in Horst gedaan. Het omgaan met dieren en de verzorging ervan trekt me enorm aan. Als we in de toekomst nog groeien, zal ik er niets om geven als we het veldwerk zouden uitbesteden.”
GK: Hoe zie jij de toekomst van je bedrijf?
Rob: “Momenteel is het bedrijf nog niet groot genoeg om er met twee personen voltijds te werken. We hopen zo snel mogelijk te kunnen uitbreiden. Op dit moment is het moeilijk om te groeien in quotum, omwille van de quotumreglementering. Daarnaast zal de factor grond ook belangrijk worden in de bedrijfsvoering omwille van de mestafzet.”
GK: Hoe zie jij de toekomst van de melkveesector?
Rob: “Niemand weet hoe die zal evolueren. Toch zie ik het positief in! Ik vermoed dat we evolueren naar enerzijds familiale bedrijven die wegens omstandigheden of ligging niet kunnen groeien en er een neventak bijnemen. Anderzijds zullen er bedrijven zijn die nog sterk zullen uitbreiden en zich zullen specialiseren.”
GK: Wat denk je over het nieuwe mestdecreet?
Rob: “Door de strengere bemestingsnormen zal het voor de veehouderij in het algemeen moeilijker worden. Nauwkeurig bemesten en een goede teeltopvolging zullen belangrijk zijn. Verder zou het ook goed zijn dat de mestverwerking goed van de grond komt om de druk op land te verlagen en er eventueel energie uit te halen.”
GK: Wat denk jij van innovatie?
Rob: “Innovatie werkt enkel voor een kleine groep landbouwers. Je moet er helemaal voor openstaan en de mogelijkheden moeten zich in de buurt aandienen. Wanneer er bijvoorbeeld een fietsroute naast je bedrijf ligt, is de stap naar verwerking sneller gezet. Als je de mogelijkheid hebt om aan hoevetoerisme te doen, geeft dit ook de mogelijkheid om je bedrijf op een verbreedde manier te runnen. Wij maken echter eerder de keuze van ons uitsluitend op het melkvee te richten dan de innovatieve weg in te slaan. We staan natuurlijk wel open voor bedrijfsbezoeken van scholen en verenigingen in de buurt om zo de landbouw te promoten en aan het imago te werken. Op deze manier willen we de consument een goed beeld geven van hoe het er aan toe gaat in onze bedrijfsvoering. We merken immers dat er dikwijls een negatief beeld is van de huidige land- en tuinbouw omdat men niet weet hoeveel energie er wordt ingestoken en dit zeven dagen op zeven.”
GK: Wanneer jij de VLIF-reglementering moest opstellen, waaraan zou jij dan 40% steun toekennen en waaraan helemaal niets?
Rob: “Dat is voor mij een moeilijke vraag, omdat ik nog niet zo sterk vertrouwd ben met het VLIF . Ik vind wel dat VLIF steun vooral zou moeten gaan naar landbouwers die een positieve inbreng willen doen in de sector, bijvoorbeeld voor het nemen van maatregelen in het kader van dierenwelzijn of milieu. Anderzijds zou men ook uitbreiding moeten ondersteunen omdat jongeren reeds een overname moeten doen en niet alles zelf kunnen financieren. Een extra duwtje in de rug zou mooi meegenomen zijn om mee te kunnen in de sterke groei die zich zal aandienen.”
GK: Hoe zie jij de instroom van jongeren in de land- en tuinbouw?
Rob: “Dat wordt steeds moeilijker omdat het aandeel bedrijven in de toekomst zal afnemen. Als je van nul moet beginnen, is het zeer moeilijk. Je hebt hier niet de kans om een goede start te krijgen die je anders van je ouders wel zou hebben indien je het ouderlijke bedrijf zou overnemen.. Als je eerst een bedrijf opstart, ga je pas na enkele jaren aan groeien kunnen denken. Wat ik ook belangrijk vind, is dat je er als jongere goed moet over nadenken en alle aspecten moet bekijken voor je er aan begint. Ook al blijft het ook dan nog een grote stap.”
GK: Wat maakt gewest Geel zo speciaal?
Rob: “Geel is een bijzonder jong gewest, zowel wat de kern betreft als de leden zelf. Het gewest bestaat voornamelijk uit melkveehouders, wat het interessant en gemakkelijk maakt om vergaderingen te regelen. Toch proberen we natuurlijk jaarlijks een gevarieerd programma te voorzien, zodat anderen ook hun gading vinden. Buiten het organiseren van de studievergaderingen, is er ook de jaarlijkse ploegwedstrijd, het teerfeest en de fuif. We proberen ook dagreizen en een buitenlandse reis aan te bieden voor onze leden. Voor de zomer zoeken we elk jaar een ontspannende activiteit. Zo zijn we al gaan kajakken en zijn we op survivaltocht geweest. Daarnaast bezoeken we tussendoor andere gewesten om hun fuif te steunen. Hoewel dit misschien niet echt ontspannend genoemd kan worden, maar eerder spannend… De uitnodigingen van de fuiven in de omstreek stromen intussen toe, maar vergeet niet op zaterdag 21 juli af te zakken naar Sas 7 Kermis om ook Groene Kring Geel te steunen!”
GK: Welke provinciale Groene Kring activiteit is je het meeste bijgebleven?
Rob: “Ik kan niet specifiek één bepaalde activiteit noemen die me is bijgebleven: ze waren allemaal interessant en amusant. De studievergaderingen zijn boeiend en je kan er veel contacten leggen, vooral na de vergadering. De quiz was bijzonder goed. Het was de eerste keer dat er voor alle gewestkernen uit Antwerpen een ontspannende activiteit werd georganiseerd. Hierdoor leren de gewesten elkaar op een andere manier kennen. Je kan ideeën uitwisselen en door het spel verloopt dit allemaal wat vlotter. Met de provinciale kern en partners gaan we elk jaar bowlen en hebben we een barbecue. Hier gaan we bij twee leden van de kern op bedrijfsbezoek, zodat je ook het bedrijf achter de kernleden leert kennen. Tot slot mag ik het schaatsen niet vergeten, dit is een succes dat jaarlijks blijft groeien en dat ook in ons gewest zeer geliefd is.”
GK: Wat wil je in Antwerpen verwezenlijken nu je voorzitter bent?
Rob: “Voorzitter zijn is voor mij slechts een titel. Er wordt van je verwacht dat je de schakel bent tussen het provinciaal en het nationaal niveau. Bovendien probeer je ook dossiers op je provinciale kern toe te lichten om samen met de hele ploeg tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Je werkt als kern aan dossiers en activiteiten en niet als persoon zelf. Ik wil niet enkel mijn eigen visies verwezenlijken, maar als ploeg activiteiten organiseren en Antwerpen laten horen op nationaal niveau.”
GK: Wat is je nu al opgevallen van de werking boven de provinciale kern?
Rob: “Er wordt bijzonder hard gewerkt! Vanuit Groene Kring wordt er bij Boerenbond op aangedrongen de jongeren in geen enkel dossier te vergeten. In alle dossiers wordt er geen enkel detail overgeslagen zodat de jongeren de beste kansen krijgen om te starten en hun bedrijf te oriënteren. Op het nationale niveau heb ik gemerkt dat er bijzonder veel dossierkennis zit. Ik ben er dan ook van overtuigd dat elk dossier met de nodige aandacht zal worden behandeld.”