In Februari 2006 gingen we op stap met onze Nationale Ondervoorzitter.
Wie ben je…?
Ik ben Lucas Van Dessel. Ik heb 6 jaar ASO gedaan, waarna ik op de KHK in Geel heb gezeten. Daar heb ik de opleiding Master in de biowetenschappen (optie Landbouw) gevolgd. Toen kende ik de Groene Kring ook al, maar ik was nog geen lid…
Nu heb ik een melkveebedrijf met 70 koeien. Op dit moment staan ze in een bindstal, maar het komende jaar ben ik van plan om een gloednieuwe melkveestal te zetten. De milieuvergunning is reeds in orde, de bouwvergunning zou (hoop ik toch) binnen 3 maanden moeten komen. Ondertussen moet ik inspiratie opdoen en uitkijken naar materialen en ideeën. En natuurlijk moet ik ook zelf nadenken over de inrichting. Maar het zal een klassieke 1+3 opstelling worden. Wat de melkstal betreft, heb ik voor een 2x8 visgraat gekozen en dus niet voor een robot, omdat ik liever zelf wil melken. Dat is ongeveer 2u per dag en dan weet je dat je er van af bent voor die dag. En als er dan koeien zijn die aparte verzorging nodig hebben, kan je dat ineens doen.
Waarom wilde je ondervoorzitter worden?
Ik was al enige tijd actief in de werkgroep melkvee. Daar bleek dat je veel problemen die met de sector te maken hebben, kon aanpakken. Maar toch had ik nog de indruk dat je te weinig kon wegen op discussies met beleidsmakers of de besluitvorming. Toen ik zag dat het mandaat van ondervoorzitter vrij kwam, vond ik het interessant om dit te overwegen. Het idee dat je meer inspraak hebt, meer accenten kan leggen in het beleid en in de besluitvoering over alle sectoren heen, dat je meer kan doen voor alle land- en tuinbouwers, dat sprak me wel aan!
Wat hoop jij te verwezenlijken als ondervoorzitter?
De 3 pijlers van Groene Kring zijn vorming, belangenverdediging en beweging.
Voor vorming geldt volgens mij: “Kennis is macht”. Dit zijn wel grote woorden, maar kennis is toch zeer belangrijk in de hedendaagse land- en tuinbouw. Het is toch belangrijk dat Groene Kring ook een bijdrage kan leveren door jongeren een goede basisvorming te geven en door hen op de hoogte te houden van actuele problemen, wetten en reglementeringen. Op die manier krijgen we goede en competente land- en tuinbouwers in de sector.
Wat belangenverdediging betreft, hoop ik dat ik een bijdrage kan leveren tot nog betere voordelen voor jonge land- en tuinbouwers. Hun specifieke problemen moeten nog meer verdedigd en aangekaart worden bij de politiek of bij andere organisaties, zodat ze ook weten dat er nog jonge land- en tuinbouwers zijn en opdat er ook een antwoord kan gegeven worden op hun noden en vragen.
Groene Kring is ook een jongerenbeweging zoals bijvoorbeeld KLJ, waarbij het eveneens belangrijk is om als landbouwer niet altijd met je bedrijf bezig te zijn, maar om er eens uit te springen en aan ontspanning te doen. Hierbij kunnen we andere land- en tuinbouwers ontmoeten, om er zo mee in contact te komen en te praten over elkaars problemen en bezigheden op een ontspannen manier.
Welke kwaliteiten moet een goede land- of tuinbouwer volgens jou hebben?
Een goede landbouwer moet kennis hebben over zijn bedrijfsactiviteit. Het produceren op zich moet hij onder de knie hebben, hij moet zijn bedrijfsmogelijkheden en bedrijfstoepassingen kennen, maar er komt nog veel meer bij kijken: ziektepreventie, sanitaire maatregelen, stalinrichting,… Je kan je wel op alle punten laten adviseren door anderen, maar het is toch handig dat je zelf een beetje basiskennis hebt, dat je zelf iets kan regelen en in het bedrijf doen. Dat geeft immers ook een grotere zelfstandigheid.
Het is ook belangrijk dat je economische kennis hebt, daar komt het immers in de landbouw op aan! Op het einde van het jaar moet de balans positief zijn: je hebt immers ook nog geld nodig om te leven. De administratieve kennis vind ik een ander belangrijk punt omdat ik tot op dit moment op het terrein nog steeds niets heb gemerkt van de administratieve vereenvoudiging: de papierberg groeit nog elke dag aan! De reglementering verstrengt nog elke dag, het is om reglementitis van te krijgen! Je kan ook veel uitbesteden of laten doen, maar als je zelf een papier ter hand kan nemen, er kunt over nadenken en het kunt invullen, dan ben je toch al een stap voor. Bovendien: iets laten doen kost veel geld! Maar je informeren of advies inwinnen, is natuurlijk zelden verloren moeite.
Ik vind dat de jonge land- en tuinbouwers een goede basisvorming moeten hebben. Dit is mogelijk door een degelijke landbouwvorming, zodat men inzichten kan verwerven in de verschillende competenties die men later in het hele leven nog kan gebruiken zowel wat betreft technische aspecten van het bedrijf als economische en administratieve.
Aangezien de land- en tuinbouw een zeer dynamische sector is, waar zeer veel verschuivingen gebeuren op steeds kortere tijd, met een weinig stabiele reglementering in Vlaanderen, is het belangrijk dat je je als landbouwer regelmatig bijschoolt en regelmatig naar studievergaderingen gaat. Enkel zo kan je goed op de hoogte blijven en blijf je bekwaam om je bedrijf te leiden. Hierin kan Groene Kring zeker een rol spelen en doet Groene Kring trouwens al een flinke duit in het zakje.
Wat vind jij dat er zeker moet gebeuren of veranderen in Groene Kring het komende jaar?
Ik wil vooral bereiken dat er kritischer, opener en directer kan gesproken worden. Zeker wanneer Groene Kring met zijn standpunten naar buiten komt en ook naar andere organisaties of geledingen toe. Het is belangrijk te laten horen dat jonge land- en tuinbouwers, met een kritische en open geest de toekomst willen aangaan. Daarom moet er van in het begin eerlijke discussies gevoerd worden! Op die manier kunnen de juiste besluiten genomen worden, waar iedereen zich in kan vinden. Hopelijk kan er zo een grotere rechtszekerheid en een stabieler beleid bekomen worden.
Ik heb niet de ambitie om al in het komende jaar grote veranderingen door te voeren of om aan structuren te sleutelen. Ik vind dat Groene Kring al goed bezig is en al redelijk wat gehoor krijgt.
Enerzijds via de “Donderdag dialoogdagen” waarbij Groene Kring via verschillende jongerenpunten zoals vorming, productierechten en toeslagrechten, innovatie en verbreding, overnameproblematiek,… gesprekken aangaat met het kabinet van landbouw en de administratie land- en tuinbouw. Het is toch al een grote vooruitgang als we door de politiek gehoord worden.
Anderzijds vind ik dat Groene Kring ook al veel inspraak krijgt in andere organen: Groene Kring is lid van CEJA (Conseil européen des jeunes agriculteurs), de Europese Groene Kring als het ware en we krijgen inspraak in de structuren van Boerenbond.
Zoals ik al gezegd heb, is het niet mijn ambitie om al het eerste jaar grote veranderingen door te voeren, maar ik zou dit jaar toch al enkele accenten willen leggen in Groene Kring. Zo zou ik willen dat we nog meer naambekendheid krijgen en we op nog meer plaatsen van ons laten horen, om zo meer suggesties en invloed te hebben in de besluitvorming.
Wil dit zeggen dat je meer actie wil gaan voeren?
Actie voeren om onze standpunten over een onderwerp meer ruchtbaarheid te geven, kan een mogelijkheid zijn, maar dikwijls leidt actie voeren er toe dat men de deur nog gemakkelijker gesloten houdt…! Ik zie niet altijd onmiddellijk het nut van harde acties. Ik denk dat het belangrijker is om tot een dialoog te komen tussen beide partijen en dat je zo je mening en standpunten het beste kan verdedigen. Natuurlijk moet er af en toe wel getoond worden dat GK meer is dan zijn bestuurders alleen en dat er wel degelijk duizenden leden zijn. Elke jonge land- en tuinbouwer heeft immers zijn eigen specifieke problemen waaraan tegemoet moet gekomen worden, vooral om een goede, maar ook lange en vruchtbare toekomst op het bedrijf te kunnen verzekeren.
Als je actie gaat voeren op een plaats, moet je zien dat je bij de juiste persoon staat en op de juiste deur klopt. Een voorbeeld is prijsvorming. De prijs wordt immers vaak door enkele personen of door grote instanties beslist. Daarom zullen het niet altijd de grote discounters zijn waar we moeten aankloppen voor een betere prijs.
Ik denk wel dat de landbouwproducten dikwijls misbruikt worden om klanten naar de winkel te lokken omdat dit toch één van de basisbehoeften van de mens is en de consumenten dat in de eerste plaats kopen. Zo gebeurt het dat melk, groenten of fruit en vlees dan een te lage waardering krijgt. De warenhuizen mogen wel meer moeite doen om hun klanten met andere producten naar hun winkel te lokken. Zo hebben sommige supermarkten in Frankrijk bijvoorbeeld een tankstation aan hun winkel. Daar concurreren de supermarkten onderling met een lage diesel of benzineprijs om zo de klanten naar hun winkel te lokken.
Acties kunnen wel effect hebben om te laten zien dat er nog vele land- en tuinbouwers zijn, die ook voor hun producten een eerlijke prijs willen krijgen, want het is het veiligste en meest kwaliteitsvolle product van de ons omringende landen.
Waar zie jij jezelf over 10 jaar?
Het belangrijkste blijft natuurlijk mijn eigen bedrijfssituatie en thuissituatie. Ik hoop dat ik dan nog steeds actief kan zijn binnen Groene Kring en er nog iets kan betekenen. Nu ja, we zien nog wel…! Ik wil natuurlijk mijn eigen bedrijf zien evolueren en uitbreiden. Er zullen in de toekomst steeds minder land- en tuinbouwers zijn, maar deze zullen dan ook meer moeten produceren. Dikwijls worden de marges ook nog kleiner, waardoor je meer zal moeten produceren om hetzelfde inkomen te garanderen. En hopelijk ook nog vele kindjes… (lacht), nee hoor, we zien wel!
Wat moet je zoals doen als ondervoorzitter bij Groene Kring?
Ik word verwacht om ondervoorzitter te zijn in het Nationaal Bestuur van Groene Kring, wat wil zeggen dat je deze vergadering mag leiden en er mee standpunten bepaalt. Verder vertegenwoordig ik Groene Kring in het Hoofdbestuur van Boerenbond, alsook in de Bondsraad. In het Hoofdbestuur worden de actuele land- en tuinbouwproblematieken besproken en wordt er een standpunt gevormd dat tot de politiek of een andere bevoegde instantie wordt gericht.
Het Nationaal Bestuur (GK) of het Hoofdbestuur (BB) kunnen in crisismomenten ook samengeroepen worden om te reageren, zoals bijvoorbeeld bij de MAP III reglementering.
De Bondsraad is bij manier van spreken het parlement van Boerenbond, waarin Groene Kring ook heel wat vertegenwoordigers heeft. Hier kan de stem van onze jonge land- en tuinbouwers toch wel goed doorklinken.
Op de Nationale Groene Kringcommissie wordt ik ook verwacht aanwezig te zijn en ook bij de verschillende nationale actie zoals de Rondrit met een Vlaamse minister, Boerderij in… hoor ik mijn steentje bij te dragen.
Ik vind het zelf ook heel belangrijk om het gevoel met de basis niet te verliezen! Ik ga dan ook proberen om gewestelijk nog wat actief te blijven en om ook eens langs te gaan bij de provinciale kernen of aanwezig te zijn op andere activiteiten die georganiseerd worden door gewesten of provinciale kernen van Groene Kring. Daarnaast kan ik bij belangrijke problemen in een sector ook eens op een werkgroep langsgaan om zo meer voeling met die sector te krijgen.
Tot slot wil ik er nog aan toevoegen dat Groene Kring moet zorgen voor competente land – en tuinbouwers in de verschillende sectoren. Vandaag de dag hebben we te maken met een dynamische landbouw die meer en meer een onvoorspelbare koers zal varen omdat Europa zich ook steeds minder met het landbouwbeleid zal bezighouden. Er zal dus meer flexibiliteit van de landbouwers verwacht worden! En hierbij kan Groene Kring zeker nog iets betekenen: een goede belangenverdediging & goede vorming.