Van Boerenjeugdbond tot Groene Kring
Groene Kring vindt zijn wortels in de vroegere ‘Boerenjeugdbond’ (BJB). Deze werd in 1924 opgericht als jongeren-afdeling van de Boerenbond en de Boerinnenbond. De BJB had de totale ontplooiing van land- en tuinbouwjongeren tot doel.
Over de jaren heen maakte het platteland een sterke maatschappelijke evolutie door. Niet alle plattelandsjongeren die aansloten bij de BJB kwamen nog uit de land- of tuinbouwsector. Om op deze evolutie in te spelen werd de doelgroep en de werking verruimd. Deze verruiming werd in 1965 duidelijk gemaakt door een naamsverandering : de ‘Boerenjeugdbond’ werd ‘Katholieke Landelijke Jeugd’ (KLJ). Deze socio-culturele jongerenbeweging richtte zich tot alle jongeren van het platteland. Na de naamsverandering bleef de KLJ toch speciale aandacht besteden aan haar vormingsprogramma’s voor jonge boeren en boerinnen. In elke afdeling kwam er één beroepsverantwoordelijke in het Bestuur.
In 1966, dook voor het eerst de naam Groene Kring op, en dit voor het luik beroepswerking binnen de KLJ. Vanaf 1971, werd er een echte Groene Kring-werking opgestart. Jonge boeren, boerinnen, tuinders en tuiniersters werden gewestelijk samengebracht om aan vorming en belangenverdediging te doen. In december 1976, werd KLJ-Groene Kring dan als aparte vzw (vereniging zonder winstoogmerk) erkend, met als doel ‘de vorming, de begeleiding, de voorlichting en de belangenverdediging van jonge land- en tuinbouw(st)ers, meer in het bijzonder op het vlak van hun beroep’. De hechte band met KLJ bleef echter bestaan. Groene Kring groeide sindsdien uit tot een beweging die 3900 land- en tuinbouwjongeren verenigt, verspreid over heel Vlaanderen en de Oost-Kantons.
De geschiedenis van Groene Kring kunnen we grofweg opdelen in een vijftal periodes:
|