U bevindt zich hier: Algemeen » Geschiedenis » 1990 - 2000

 Verdere ontwikkeling van Groene Kring

Na de herstructurering van de werking van KLJ volgens specifieke doelgroepen (eind jaren ’70) begon ook voor de werking naar jonge land- en tuinbouwers een nieuwe levensfase.
De gewestelijke kernen gingen steeds gerichter werken naar de land- en tuinbouwjongeren. Deze gewestelijke kernen kregen een provinciale bovenbouw onder de vorm van provinciale kernen. Nationaal werd de inspraak van de leden georganiseerd in de Nationale Groene Kring Kommissie.
Ook de operationele werking werd verder uitgebouwd. Naast de KLJ- vrijgestelden in de provincies die de werking van de vier doelgroepen bleven opvolgen, ontwikkelden nationale stafmedewerkers specifiek voor Groene Kring een eigen aanbod voor de Groene Kring-werking. Inhoudelijk volgden ze ook verschillende syndicale thematieken op.
De syndicale werking van Groene Kring werd nog verder versterkt toen in januari 1991 Groene Kring twee vertegenwoordigers in de vakgroepen van Boerenbond kregen. De vraag van toenmalig voorzitter Luc Vanoirbeeck naar een jongere vertegenwoordiger in het Hoofdbestuur van Boerenbond werd door de Boerenbond-leiding afgewezen.
De meer specifieke Groene Kring-werking maakte een “gecombineerde” opstelling van de KLJ- vrijgestelden in de provincie, die de werking van zowel KLJ als Groene Kring als L.R.V moesten ondersteunen, alsmaar moeilijker te realiseren. Daarom besloot het directiecomité om te komen tot een meer gespecialiseerde opstelling van alle vormingswerkers. Zes beroepskrachten werden ingezet voor zowel de opvolging van de Groene Kring-structuren in de provincies als voor de opvolging van de syndicale thematieken en de uitwerking van het Groene Kring-aanbod. De Nationale Leiding en het Directiecomité bleef gemeenschappelijk met KLJ.
De KLJ- en de Groene Kringwerking werden operationeel ondergebracht in de KLJ-groep, terwijl de LRV-werking autonoom werd.
Hierin kwam verandering in 1994. Op advies van het extern onderzoeksbureau Ernst & Young die de volledige organisatie van Boerenbond doorlichtte, werd besloten om de specialisering die reeds voor de vormingswerkers werd doorgevoerd, ook op het niveau van de Nationale Leiding te implementeren. Wim Ceulemans werd op 1 mei van dat jaar de eerste voltijdse voorzitter.
Deze gespecialiseerde opstelling van beroepskrachten, aangevuld met de dynamiek die eigen is aan jonge ondernemers, leidde tot een relatief sterke ledenstijging. Het ledenaantal dat de voorbije jaren stilaan gedaald was tot ongeveer 3.000, steeg op twee jaar naar 3.900 leden. Ongeveer 20% hiervan jonge land- en tuinbouwvrouwen. Hiermee werd het hoogste ledenaantal bereikt sinds KLJ met een eigen Groene Kring-werking startte.
Bovendien gaf deze wijziging aanleiding tot een grondige bezinning over de Groene Kring-werking.
De doelstellingen van de beweging werden als volgt geformuleerd:
“Vanuit een christelijke inspiratie, met de openheid en het dynamisme dat eigen is aan jongeren, maar met zin voor verantwoordelijkheid en professionalisme namens onze leden, de samenleving en het milieu (“boerenverstand”),
Wil Groene Kring, als veruit de grootste beweging van en voor jonge land- en tuinbouwers in Vlaanderen en het Duitstalige landsgedeelte, jongeren als land- en tuinbouwer laten participeren in de maatschappij en dit door:

het verdedigen van de specifieke belangen van toekomstige en jonge, gevestigde land- en tuinbouwers
Groene Kring moet bekend zijn als dé syndicale organisatie van land- en tuinbouwjongeren!
het ondersteunen van jonge land- en tuinbouwers in een goede bedrijfsovername of -start en in de verdere uitbouw van het jonge bedrijf via vorming, informatie en dienstverlening
Groene Kring moet bekend zijn als het vormings- en informatiecentrum bij uitstek voor land- en tuinbouwjongeren!
het stimuleren van de algemene, persoonlijke ontplooiing en solidariteit van land- en tuinbouwjongeren
Groene Kring moet bekend zijn als de beweging waarin alle land- en tuinbouwjongeren aan bod kunnen komen!

Dit moet gebeuren binnen een beweging waarin leden ondersteund worden door goed opgeleide, gemotiveerde beroepskrachten en waarin gestreefd wordt naar een zo groot mogelijke, financiële zelfredzaamheid.

Daartoe richt Groene Kring zich tot alle jongeren tussen 16 en 35 jaar die geïnteresseerd zijn in de land- en tuinbouw, vooral diegenen die zich voorbereiden op het zelfstandige bedrijfsleiderschap, of die hun jong bedrijf verder willen uitbouwen.”

Bovendien werden de nationale bewegingsstructuren gewijzigd. De uitgebreide Nationale Groene Kring Kommissie werd aangevuld met een beperkter Nationaal Bestuur, dat het beleid van de beweging beter in handen kon nemen.
Naast de voorzitter ( een functie die do or een beroepskracht opgenomen bleef ) werd er een ondervoorzitter verkozen uit de leden. Filip Deveux werd op 9 januari 1996 de eerste verkozen ondervoorzitter van Groene King. Op 1 januari 1999 werd hij opgevolgd door Luc Van Ootegem.Hierdoor werd de mogelijkheid om vanuit de Groene Kring-leiding externe vertegenwoordigingen op te nemen verhoogd. Zo kon de beweging bijvoorbeeld een vertegenwoordiger afvaardigen naar de Vlaamse Land- en Tuinbouwraad die in deze periode opgericht werd.
De Groene Kring-vertegenwoordigers in de Bondsraad en Vakgroepen van Boerenbond werden bijeengebracht in Nationale Werkgroepen, waarin vooraf de in te nemen jongerenstandpunten werden besproken.
Door deze herstructurering werd de inspraak en de zeggingskracht van de leden in het beleid van de beweging verder verhoogd.
De Nationale Groene Kring Kommissie keurde op 1 september 1995 het Intern Reglement Groene Kring goed , waarin de nieuwe structuren werden vastgelegd.


Herstructurering Boerenbond en de gevolgen voor Groene Kring
Eind 1996 zette Boerenbond, onder impuls van voorzitter Devisch, een verdere stap in de richting die reeds tijdens de aanpassing van de Grondkeure in 1971 werd ingeslagen.Complementair aan de Landelijke Beweging , die een duidelijker eigen profiel kreeg, had deze herstructurering tot doel de beroepswerking in de drie geledingen van de Boerenbond-organisatie ( Beroepswerking Boerenbond, KVLV-Agra en Groene Kring ) beter te coördineren. Alzo beoogde men syndicaal sterker te staan .
Voor Groene Kring betekende dit een grotere vertegenwoordiging in de verschillende organisatiestructuren van Boerenbond. Er werden drie jongeren-vertegenwoordigers voorzien in de verschillende vakgroepen en provinciale raden ( i.p.v. twee voorheen ). Bovendien kreeg Groene Kring twee mandaten in het Hoofdbestuur en één mandaat in het Dagelijks Bestuur. Op deze manier kon de Groene Kring-stem tot op het hoogste niveau van de organisatie doorklinken.
Om de ledendoorstroming vanuit onze beweging naar Boerenbond te verbeteren, werd afgesproken dat alle leden boven de dertig jaar die bedrijfsleider waren, ook lid van Boerenbond moesten worden. Op deze manier werd de ledendoorstroming, die reeds spontaan gebeurde, officieel geformaliseerd.
Deze wijziging in de Grondkeure werd officieel goedgekeurd door de Bondsraad op 14 december 1996 en werd officieel van kracht op 1 maart 1997. De Nationale Groene Kring Kommissie wijzigde op 15 april 1997 het Intern Reglement, zodat dit conform de Grondkeure van Boerenbond werd.
Met deze herstructurering kwam Groene Kring weerom in een nieuwe ontwikkelingsfaze.

In de toekomst zal het ‘meer’ met ‘minder’ zijn. Het aantal starters daalt, terwijl de uitdagingen groter worden. Groene Kring zal zich dan ook voortdurend moeten blijven bezinnen over zijn manier van werken en zijn structuur.
Mee-evolueren met de tijd is immers de boodschap wil Groene Kring ook in de toekomst “De beweging voor jonge land- en tuinbouwers” blijven.


 Huidige besluitvormingsstructuur

DE NATIONALE WERKING
Vertegenwoordigers vanuit alle Vlaamse provincies en vanuit de Oostkantons en vertegenwoordigers vanuit de verschillende land- en tuinbouwsectoren, komen op nationaal niveau jaarlijks samen in de Nationale Groene Kring Kommissie.Deze komt jaarlijks samen en legt de grote lijnen van de werking vast. Het Nationaal Groene Kring Bestuur stuurt het beleid van Groene Kring inhoudelijk, plant nationale activiteiten ,bepaalt de standpunten van Groene Kring rond jongerenproblematieken en vertegenwoordigt Groene Kring op het nationale en internationale niveau.. In het Nationaal Bestuur zetelen de nationaal voorzitter, de nationaal ondervoorzitter, de provinciale voorzitters en de nationaal proost.

In zijn standpuntbepaling laat het Nationaal Bestuur zich adviseren door Nationale Werkgroepen. Deze bespreken specifieke, sectorgebonden problematieken en brengen advies uit.

Het Directiecomité is verantwoordelijk voor het materiële beheer van Groene Kring. Dit Directiecomité is gemeenschappelijk met KLJ enbestaat uit de algemeen directeur KLJ- Groene Kring, de nationaal proost KLJ-Groene Kring, de nationaal voorzitter KLJ en de nationaal voorzitter Groene Kring.

DE PROVINCIALE WERKING
Op provinciaal vlak vinden we de Provinciale Groene Kring Kern. Deze is verantwoordelijk voor de provinciale werking van Groene Kring. Daarom zal ook de provinciale kern vergaderingen en activiteiten plannen, de land- en tuinbouwproblematiek opvolgen en Groene Kring vertegenwoordigen, telkens op provinciaal niveau. Elke provinciale kern komt minstens 6 maal per jaar samen.

De provinciale kernen worden steeds verkozen door de Provinciale Vergadering. Deze bestaat uit alle gewestelijke kernleden uit de provincie en komt regelmatig samen om vorming op te doen en om bepaalde problematieken te bespreken.

DE GEWESTWERKING
De Groene Kringleden komen samen in gewesten. Deze zijn intersectorieel georganiseerd, zodat jongeren vanuit alle land- en tuinbouwsectoren die in een bepaalde streek aanwezig zijn, elkaar daar kunnen ontmoeten.
Het bestuur van deze gewesten wordt waargenomen door de Gewestelijke Groene Kring-kernen. Deze is verantwoordelijk voor de plaatselijke Groene Kring-werking. Zo zal de gewestkern vergaderingen en activiteiten organiseren, de land- en tuinbouwproblematiek plaatselijk opvolgen en Groene Kring plaatselijk vertegenwoordigen. Gemiddeld komt een gewestelijke kern tweemaandelijks samen. Vooral de voorzitter en secretaris van elk gewest spelen hierin een belangrijke rol.

Groene Kring is een beweging die zich laat leiden door een christelijke inspiratie. Op 13 september 1994 keurde de Nationale Groene Kring Commissie een tekst goed die dit verwoordt : het Groene Kringmanifest. Dit manifest, de ‘idealen van de jonge boer en tuinder’ vormt de basis voor de werking en voor elke standpuntbepaling binnen de beweging en was en is dan ook een voornaam referentiedocument.


 Het Groene Kring manifest

  • In een wereld die gekenmerkt wordt door een “elk voor zich”- en “niemand voor allen”-mentaliteit zal elke Groene Kring(st)er zijn (haar) bijdrage leveren tot de broodnodige solidariteit met boeren en tuinders hier en elders.
    Als sociale beweging kiezen we resoluut voor een wereldwijd “ieder voor allen”.
  • In een wereld die gekenmerkt wordt door milieuproblemen zal elke Groene Kring(st)er ecologisch verantwoord en duurzaam omgaan met de natuur door te produceren in eerbied voor mens en milieu.
    Als voedselleveranciers staan we garant voor gezond voedsel.
    Als behoeders van het landschap werken we aan een leefbaar platteland.
  • In een wereld waarin geld en het recht van de sterkste aanbeden worden, zal Groene Kring blijven oproepen tot een gezonde overnamepolitiek, een verantwoord investeringsbeleid en leefbare familiale bedrijven.
    Rendement en efficiëntie zijn belangrijk maar niet alles in het leven.
    Als Groene Kring(st)er leven we niet om te werken maar werken we om te leven.
  • In een wereld van stress, onzekerheid en broos menselijk geluk is weerbaarheid vereist om gelukkig te worden.
    Weerbaar worden betekent ondermeer: zin geven aan het leven, beroepsfierheid, investeren in het gezin en tijd maken voor God en mens.
    Als Groene Kring vinden we relatiebekwaamheid even belangrijk als beroepsvorming.
  • In een wereld waarin volgens sommigen nauwelijks nog toekomst lijkt te zijn voor een zelfstandige en leefbare land- en tuinbouw zal Groene Kring opkomen voor een geloofwaardige toekomst door als beweging te werken aan het eigen imago en politieke druk uit te oefenen. Als beroepsgroep zoeken we bondgenoten om deze stem sterker te laten klinken.
  • Binnen Groene Kring zijn we bereid om deze grote verantwoordelijkheid tot de onze te maken omdat we zo bijdragen tot een beter beheer van Gods schepping en verder bouwen aan Gods droom, een rechtvaardigere wereld voor ieder.

 Van werken met een jaarthema naar de opmaak van een beleidsnota

Sinds 1984 werkte Groene Kring met een jaarthema. Deze traditie werd verder gezet tot 1995. Na de doorlichting door het extern onderzoeksbureau Ernst&Young, waaruit een tekort aan strategie bleek, werd besloten voortaan te gaan werken met jaarlijkse beleidsnota’s.
Volgende jaarthema’s kwamen nog aan bod :

1990-1991 : Recht op Boeren !
1991-1992 : Starten maakt het verschil !
1992-1993 : Land in zicht ?!
1993-1994 : Duurzaam doorgaan !
1994-1995 : Jonge boeren bergen grenzen !


 Projectwerking

In september 1995 ging Groene Kring van start met een milieuproject “Schoner produceren”. Met de steun van Europese middelen (de fameuze ‘2078’) kon er een projectmedewerker aangetrokken worden. Hij stond in voor de begeleiding van milieu-werkgroepen (een groep van Groene Kringers die op regelmatige basis bij mekaar kwamen om milieuvriendelijke toepassingen in de landbouw) te bestuderen. Ook werden er voor de verschillende sectoren heel wat milieu-cursussen ingericht.

In juni 1998 ging Groene Kring van start met het project “Jongerenbegeleider” in het 5B-gebied Westhoek-Middenkust. Naast de individuele en groepsbegeleiding van starters in die regio, werd er ook werk gemaakt van een brochure “Overnemen … in 1-2-3”. De bedoeling was kandidaat-overnemers een handleiding te bieden in hun zoektocht naar de juiste beslissing. Na afloop van dit project vormde deze brochure de aanzet tot de publicatie van het boek “Kiezen voor overnam”. Dit boek werd op Agribex 2000 voor het eerst aan het publiek voorgesteld.

In 1999 startte Groene Kring met een jaarlijks weerkerend imago-initiatief “Boerderij in …”.
De bedoeling is om op een ongewone locatie, aan de hand van didactisch materiaal en levensechte dieren, het leven van een hedendaagse boerderij weer te geven. Op 23 mei was onze ‘Groene Kring-boerderij’ voor het eerst te gast in het dierenpark Planckendael.