U bevindt zich hier: Algemeen » Geschiedenis » 1975 – 1990

 Herstructurering

Ten gevolge van de ontstane, interne conflictstelling (D-KLJ) drongen herbronning en herstructurering zich op. Dit kwam er ter gelegenheid van de Nationale ontmoetingsdagen van 1975.
Op deze studiedagen werd de grondvisie opnieuw geformuleerd: “K.L.J. is een christelijk-geëngageerde beweging van jongeren uit het landelijke milieu die streven naar een samenleving waar de mens centraal staat. Daarvoor gaan ze zich persoonlijk en in groep vormen door het zoeken van eigen waarden en zich van daaruit maatschappelijk opstellen”.
K.L.J. ging zich nu profileren als vormingsbeweging voor jongvolwassenen met als belangrijke elementen: “Het ontwikkelen van een kritische instelling, op basis van een verantwoord normen- en waardensysteem, en het formuleren en realiseren van haalbare alternatieven, gebaseerd op duidelijk geformuleerde binnen een mens- en maatschappijvisie”.
K.L.J. als vormingsbeweging richtte zich tot de jongeren uit het landelijk milieu en dit in vier werkblokken:

een +16-werking: deze had tot doel een vormingsproces op gang te brengen met zo veel mogelijk jongeren uit het landelijk milieu.
16-jarigenwerking : bedoeling hiervan was de jongeren te begeleiden in hun “moeilijke jaren” door een zelfstandige werking met een eigen methodische aanpak.
LRV-werking :De Landelijke Rijvereniging moest instaan voor de organisatorische opbouw van de ruiterwerking van de coördinatie van de verschillende specifieke activiteiten zoals ruitertornooien, indoorwedstrijden e.d. De Landelijke Ruiterschool te Oud-Heverlee verzorgt de opleiding van de Landelijke Ruiters en Amazones.
Groene Kring-werking : K.L.J.-Groene Kring verenigde de jonge land- en tuinbouwers en had vorming en belangenverdediging van deze groep jongeren als doel. Het hoofdaccent ligt op de sociaal-economische landbouwproblematiek. Om deze aparte werking duidelijk te maken werd er in december 1976 een aparte vereniging zonder winstoogmerk opgericht onder de naam ” KLJ-Groene Kring “


 Uitbouw van Groene Kring

Na de herstructurering van de werking van KLJ volgens specifieke doelgroepen begon ook voor de werking naar jonge land- en tuinbouwers een nieuwe levensfase.
De gewestelijke kernen gingen steeds gerichter werken naar de land- en tuinbouwjongeren. Binnen KLJ-afdelingen ging men werken met een aparte ledenlijsten Groene Kring. Op plaatsen waar er geen KLJ-afdeling was konden jonge boeren toch aansluiten door rechtstreeks lidgeld betalen aan de gewestelijke kernverantwoordelijke Groene Kring. Hier werd de geleidelijke loskoppeling van het lidmaatschap GK en KLJ ingezet.
De structuur van Groene Kring werd verder uitgebouwd en in 1977 vastgelegd in een huishoudelijk reglement (zie kaderstuk). Deze gewestelijke kernen kregen een provinciale bovenbouw onder de vorm van provinciale kernen. Nationaal werd de inspraak van de leden georganiseerd in de Nationale Groene Kring Kommissie.
In de volgende jaren tekenden zich een aantal duidelijke krachtlijnen af waarop de Groene Kring-werking moest steunen. In 1982 werden ze als volgt verwoord:

KERNWERKING: Per gewest moesten enkele jongeren gevonden worden die de motor wilden zijn van de jonge boerenwerking in de streek.

BLOKVORMING: Een hechte solidaire groep vormen van mensen die elkaar kennen, aanmoedigen en steunen.

INFORMATIE: Studie, uitwisseling van ervaring was en is nodig om beter boer of tuider te worden en is tevens een opdracht van een groep die standpunten wil innemen en doordrukken.

ACTIE: De drie vorige krachten kunnen en moeten leiden tot standpunten, welomschreven voorstellen, fundamentele kritiek. Deze bekendmaken en doordrukken is actie.

In plaats van verder aan structuren te sleutelen - de structuur zoals uitgezet in 1977 hield praktisch ongewijzigd stand tot 1991- werd de operationele werking sterk uitgebouwd. Naast de K.L.J.- vrijgestelden in de provincies die de werking van de vier doelgroepen bleven opvolgen, ontwikkelden nationale stafmedewerkers specifiek voor Groene Kring een eigen aanbod. Inhoudelijk volgden ze ook verschillende thematieken op.
Volgende syndicale thema’s mochten rekenen op een bijzondere belangstelling van Groene Kring : contractteelt vs zelfstandig familiebedrijf, vestigingswet, aanleg autosnelwegen, grondbeleid (ruilverkavelingen, seizoenspacht, opmaak gewestplannen), LIF-reglementering en de invoering van het melkquotum in 1984.
Een bijzondere vermelding verdient de actie ‘Gele donderdag’. Op 12 juni 1975 werd er gelijktijdig in het gehele land, onder massale persbelangstelling actie gevoerd om aandacht te vragen voor de inkleuring van agrarisch gebied bij de opmaak van de gewestplannen.
Een ander huzarenstukje was de publicatie, op 17 oktober 1987, van een 25 bladzijden tellende visie op de ‘Toekomst in land- en tuinbouw’.
In 1977 werd ook van start gegaan met de organisatie van ‘Provinciale Groene Kring Dagen’. Antwerpen nam hiertoe het initiatief over de problematiek ‘Grondprijzen en grondgebruik’. Sindsdien werd er om de twee jaar in iedere provincie een provinciale GK dag georganiseerd, waarbij alle provinciale Groene Kringers uitgenodigd werden om die dag beweging te maken, een stukje vorming op te doen en gezellig samen te zijn.
In principe werd er in de tussenliggende jaargangen een Nationale Groene Kring Dag georganiseerd. De eerste, bijgewoond door meer dan 600 jonge boeren, vond plaats in 1979 te Sint-Niklaas met als titel ‘Ruimte voor de jonge boer’. Later volgden nog Dadizele (1981), Kaulille (1983), Leest (1985), Aarschot (1987) en Oudenaarde (1990).
Vanaf 1984 ging Groene Kring ook werken met een eigen jaarthema. Volgende thema’s kwamen tot 1990 aan bod : ‘Boeren en tuinieren, een uitdaging’, ‘Het gezinsbedrijf’, ‘Boerenwerk, klassewerk’, ‘Geboeid boeren’, ‘Hou het hoofd koel’ en ‘Recht op boeren’.


 Eerste huishoudelijke reglement

Doel
De Groene Kringen hebben tot doel de vorming, de begeleiding, de voorlichting en belangverdediging van jonge land- en tuinbouwers(sters), meer in het bijzonder op het vlak van hun beroep.

Leden
Groene Kring is uitgebouwd voor leden van KLJ die actief zijn in land- en tuinbouw of geïnteresseerd zijn in de landbouwproblematiek.
De maximum leeftijd van de leden is 35 jaar.
Gehuwden moeten wel lid zijn van bedrijfsgilde of Agra

Structuur
Om het doel van Groene Kring te realiseren wordt volgende structuur verder uitgebouwd :
- Gewestelijke Groene Kring
- Provinciale Groene Kring
- Nationale Groene Kring

De gewestelijke Groene Kring
Deze is en blijft de basis van onze werking. De gewestelijke Groene Kring wordt getrokken door de kern
De samenstelling van deze kern zal mee bepalend zijn voor het beeld van Groene Kring naar eigen leden toe en ook naar buiten. Tevens is dit de ploeg die verantwoordelijk is voor het geheel van de gewestelijke werking.

Aangezien het grote belang ervan leggen we enkele lijnen voor de samenstelling ervan vast :
Deze zijn :

  • Zowel jongens als meisjes moeten deel uitmaken van de kern
  • Minstens 2/3 van de kernleden zijn kandidaat-bedrijfsovernemers en minstens 2/3 zijn lid KLJ
  • De Kern wordt samengesteld uit leden van de verschillende gemeenten behorend tot het gewest
  • De kern kiest onder zijn leden voor een termijn van 4 jaar een voorzitter(ster) en ondervoorzitter(ster)
  • Personen behorende tot hetzelfde gezin mogen tegelijkertijd geen lid zijn van de kern
  • Eén van de kernleden wordt afgevaardigd in het KLJ-gewestbestuur

De provinciale Groene Kring
De provinciale Groene Kring is samengesteld uit alle kernleden van ieder gewest behorende tot de provincie en is verantwoordelijk voor de Groene Kring-werking op provinciaal vlak.
De provinciale Groene Kring kiest onder zijn leden een voorzitter(ster), ondervoorzitter(ster), twee bondsraadleden, vertegenwoordiger(ster) in provinciale vakgroepen BB en het nationaal C.C.L.T. van BB (Centraal Comité voor Land- en Tuinbouwbelangen).
Het samenkomen van de kernleden om over de gewestelijke werking uit te wisselen, om zichzelf te informeren kan langs deze provinciale Groene Kring vorm krijgen.
In de verdere uitbouw van onze Groene Kring is het ook logisch dat het voorzitterschap provinciaal in handen van een thuiswerkende is.

De nationale Groene Kring
De nationale Groene Kring organiseert, coördineert, stimuleert en evalueert de Groene Kring-werking op nationaal vlak.
Hier worden de beslissingen in verband met de inhoudelijke werking- en uitbouw van Groene Kring genomen.
De nationale Groene Kring is samengesteld uit:

  • De voorzitter(sters) en Ondervoorzitters(sters) van de provinciale Groene Kringen.
  • De afgevaardigden van Groene Kring in de Bondsraad
  • Secretarissen(essen) van de provinciale Groene Kring (vrijgestelden)
  • De nationale Groene Kring verantwoordelijken (2)
  • De afgevaardigden van de leiding KLJ
    De dagelijkse leiding van Groene Kring wordt waargenomen door de nationaal verantwoordelijken.